Einde inhoudsopgave
De verklaring voor recht (BPP nr. XVIII) 2015/72
72 Wat bewerkstelligen partijen met de collectieve actie?
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens, datum 23-03-2015
- Datum
23-03-2015
- Auteur
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens
- JCDI
JCDI:ADS397093:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1991/1992, 22 486, nr. 3, p. 30. Zie ook Van Dijck, Van Doorn & Tzankova 2010, p. 21.
Kamerstukken II 1991/1992, 22 486, nr. 3, p. 25. In HR 13 oktober 2006, RvdW 2006, 942 (Vie d’Or) heeft de Hoge Raad wel de mogelijkheid om een verklaring voor recht te vorderen in het kader van een collectieve actie beperkt. De Hoge Raad bepaalde in dit arrest dat de eiser niet een verklaring voor recht kan vorderen met de strekking dat de gedaagde aansprakelijk is voor de schade die de individuele gedupeerden hebben geleden. Wel mogelijk is het vorderen van een verklaring voor recht dat de gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld.
Zie ook HR 23 december 2005, NJ 2006, 289 (Fortis Bank/Stichting Volendam) en HR 7 november 1997, NJ 1998, 268 (Philips/VEB).
Zie rov. 4.8.2 van HR 27 november 2009, RvdW 2009, 1403 (VEB/World Online). Zie ook Kamerstukken II 1991-1992, 22486, nr. 3, p. 26 en 27. Zie over ‘derdenwerking’ ook Van der Wiel, NJB 2011, 671.
Frenk, NTBR 2005, p. 296 e.v.
Dat geldt voor bijvoorbeeld HR 27 november 2009, RvdW 2009, 1403 (VEB/World Online) en voor HR 7 november 1997, NJ 1998, 268 (Philips/VEB). Zie de website van VEB, ‘Succesvolle VEB collectieve acties’, http://www.veb.net/content/HoofdMenu/Acties/Actie.aspx.
Art. 3:305a lid 1 BW bepaalt dat een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid een rechtsvordering kan instellen die strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen, mits zij deze belangen ingevolge haar statuten behartigt. De door de belangenorganisatie in te stellen vordering kan – op grond van lid 3 – niet strekken tot een schadevergoeding te voldoen in geld. Volgens de wetgever zijn tegen die mogelijkheid zwaarwegende argumenten aan te voeren.1 Zo zou een dergelijke vordering ondenkbaar zijn zonder allerlei beperkingen die recht doen aan de belangen van de betrokken individuen. Ook zou het openstellen van een dergelijke vordering voor ‘juridisch-technische’ complicaties zorgen. De belangenorganisatie zou in plaats van een schadevergoeding wel een verklaring voor recht kunnen vorderen, zo vond de wetgever.2 Dat dit in de praktijk ook – met succes – gebeurt, blijkt bijvoorbeeld uit HR 27 november 2009, RvdW 2009, 1403 (VEB/World Online).3 De stichting VEB, die de belangen behartigde van gedupeerde beleggers, vorderde een verklaring voor recht dat World Online en twee banken onrechtmatig jegens de beleggers hadden gehandeld door misleidende informatie te verstrekken ten aanzien van de beursgang van World Online. De vordering werd toegewezen. De verklaring voor recht heeft geen gezag van gewijsde tussen de gedupeerde beleggers en World Online en/of de banken. De individuele beleggers zijn immers geen partij geweest bij de procedure. Wat hebben de beleggers dan aan die verklaring voor recht? Het ligt in de rede, aldus de Hoge Raad in het arrest VEB/World Online, dat de verklaring voor recht in afzonderlijke vervolgprocedures tot uitgangspunt zal worden genomen.4 Over de meerwaarde van een in een collectieve actie verkregen verklaring voor recht schrijft Frenk5 het volgende:
‘In dat geval ligt de meerwaarde van een dergelijke uitspraak vooral in de te verwachten precedentwerking van de uitspraak. Dit is de verwachting dat de rechter, mede om tegenstrijdige beslissingen te voorkomen, in een volgende zaak waaraan dezelfde feiten ten grondslag liggen, maar waarbij een andere justitiabele partij is, tot eenzelfde beslissing zal komen. Indien bijvoorbeeld in een collectieve actie voor recht wordt verklaard dat de gedraging onrechtmatig is, kan een individuele gedupeerde in een individuele procedure waarin hij schadevergoeding vordert hiervan profiteren, gegeven de verwachting dat de rechter, nu het om hetzelfde feitencomplex gaat, in deze zaak in dezelfde zin zal beslissen c.q. dit tot uitgangspunt zal nemen.’
In theorie heeft het de verklaring voor recht dus binnen het collectieve actierecht een ‘precedentfunctie’. Of rechters in individuele vervolgprocedures daadwerkelijk het declaratoire vonnis tot uitgangspunt nemen, is – voor zover mij bekend – nog niet onderzocht. Feit is dat in diverse van de hiervoor (in voetnoten) genoemde zaken individuele vervolgprocedures niet nodig zijn gebleken omdat de partijen in onderling overleg tot een minnelijke regeling zijn gekomen.6 Het is dus goed mogelijk dat de verklaring voor recht binnen het collectieve actierecht in plaats van of naast de precedentfunctie een schikkingsbevorderende functie heeft.