NJ 2019/444
EEX-Verordening II. Rechterlijke bevoegdheid; alternatieve bevoegdheid ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst; actio pauliana; begrip ‘verbintenis uit overeenkomst’ als bedoeld in art. 7, punt 1, onder a).
HvJ EU 04-10-2018, ECLI:EU:C:2018:805, m.nt. C.G. van der Plas (Feniks)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
4 oktober 2018
- Magistraten
M. Ilešič, A. Rosas, C. Toader, A. Prechal, E. Jarašiūnas
- Zaaknummer
C-337/17
- Conclusie
A-G M. Bobek
- Noot
C.G. van der Plas
- Roepnaam
Feniks
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS169660:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2018:805, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 04‑10‑2018
ECLI:EU:C:2018:487, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie (Advocaat-Generaal), 21‑06‑2018
- Wetingang
Art. 7 punt 1 Brussel I-bis
Essentie
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door Sąd Okręgowy w Szczecinie (rechter in eerste aanleg Szczecin, Polen) bij beslissing van 29 mei 2017.
EEX-Verordening II. Rechterlijke bevoegdheid; alternatieve bevoegdheid ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst; actio pauliana; begrip ‘verbintenis uit overeenkomst’ als bedoeld in art. 7, punt 1, onder a).
Samenvatting
In een situatie als aan de orde in het hoofdgeding valt een actio pauliana waarbij de houder van een schuldvordering uit overeenkomst verzoekt om onwerkzaamverklaring ten aanzien van hem van de handeling — die hem beweerdelijk in zijn rechten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.