RFR 2016/138
Civiel kinderbeschermingsrecht. Wanneer kan de uithuisplaatsing van de minderjarige als onrechtmatig geoordeeld worden?
Hof Den Haag 10-08-2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2383
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
10 augustus 2016
- Magistraten
Mrs. A.N. Labohm, A.H.N. Stollenwerck, B. Breederveld
- Zaaknummer
200.193.520/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS924750:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2016:2383, Uitspraak, Hof Den Haag, 10‑08‑2016
- Wetingang
Art. 8 EVRM; art. 3 VRK; art. 1:265b lid 1 BW
Essentie
Civiel kinderbeschermingsrecht. Kinderbescherming. Uithuisplaatsing.
Wanneer kan de uithuisplaatsing van de minderjarige als onrechtmatig geoordeeld worden?
Samenvatting
Met instemming van de moeder is de minderjarige op 2 juni 2015 in een crisispleeggezin geplaatst. Bij beschikking van 7 september 2015 heeft de kinderrechter het kind onder toezicht gesteld en een machtiging tot uithuisplaatsing verstrekt. Vanaf 8 september 2015 verblijft het kind in een perspectiefbiedend pleeggezin. De gecertificeerde instelling heeft met een schriftelijke aanwijzing de omgang tussen de moeder en de minderjarige beperkt. De kinderrechter heeft die aanwijzing vervallen verklaard en een ruimere, maar nog steeds beperkte, omgangsregeling bepaald. De kinderrechter ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.