RvdW 2025/351:Medeplegen valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225 lid 1 Sr), medeplegen opzettelijke uitvoer van cocaïne naar Ierland en van amfetamine, heroïne en cocaïne naar Noorwegen (art. 2 onder A Opiumwet), medeplegen opzettelijke uitvoer van hasjiesj en hennep naar Noorwegen (art. 3 onder A Opiumwet), (medeplegen) gewoontewitwassen (art. 420ter lid 1 jo. art. 420bis lid 1 sub b Sr) en eendaadse samenloop van als leider deelnemen aan criminele organisatie die zich op grote schaal bezighoudt met drugshandel (art. 11b lid 1 Opiumwet) en plegen van (andere) misdrijven (art. 140 lid 4 Sr). 1. Heeft hof, door niet te wijzen op verschillen in nummering van beschikbare dossiers, verdediging onvoldoende mogelijkheid geboden haar standpunten degelijk te onderbouwen en vervolgens bij arrest blijk gegeven van vooringenomenheid jegens verdachte? 2. Uitvoer a.b.i. art. 1 lid 5 Opiumwet. Heeft hof begrip ‘buiten het grondgebied brengen’ a.b.i. art. 2 onder A en 3 onder A Opiumwet te ruim uitgelegd? 3. Bewijsklacht uitvoer van cocaïne naar Ierland. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. betrouwbaarheid uitlatingen medeverdachte in OVC-gesprek, art. 359 lid 2 Sv. 4. Bewijsklacht gewoontewitwassen. Uos m.b.t. verificatieonderzoek naar legale herkomst van gelden en naar hoogte van contante uitgaven, art. 359 lid 2 Sv. 5. Onttrekking aan het verkeer van 2 telefoons, art. 36c lid 3 Sr. HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2025/352, RvdW 2025/354, RvdW 2025/355 en met 23/02438 P en 23/02441 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o).