Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/15.5.2:15.5.2 Overheidsinstanties ex art. 55 AWR
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/15.5.2
15.5.2 Overheidsinstanties ex art. 55 AWR
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS500723:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 8 juli 2005,BNB 2005/340 (m.nt. Bijl); AB 2006, 17 (m.nt. Jansen), r.o. 3.6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ik wijs hier ook op de overheidsinstanties genoemd in art. 55 AWR, die gehouden zijn de inspecteur de gegevens en inlichtingen te verstrekken die hij ter uitvoering van de belastingwet vraagt. Voor zover zij als verdachte in een fiscale boete- of strafprocedure kunnen worden betrokken, dan zouden deze instanties op zichzelf ook als ‘any one charged with a criminal offence’ kunnen worden gekwalificeerd.
Wattel leidt uit art. 34 EVRM af, dat aan de overheid geen beroep toekomt op het EVRM of althans het individueel klachtrecht. Gezien de functie van de klassieke mensenrechten zoals art. 6 EVRM (bescherming tegen de overheid), ligt dit ook wel voor de hand.1 Hier kan tegenin worden gebracht dat art. 34 het klachtrecht betreft en niet het materiële recht onder het EVRM. Als overheden geen rechten aan het Verdrag kunnen ontlenen, dan is de beperking in art. 34 overbodig. Zie in dit verband het arrest van de belastingkamer van de HR van 8 juli 2005, nr. 39 482.2 Daarin erkent de belastingkamer dat een gemeente een beroep kan doen op de redelijke termijn van art. 6 EVRM. Gelet op de overweging, dat art. 6, lid 1 EVRM het in die bepaling neergelegde recht toekent aan een ieder, derhalve ook aan publiekrechtelijke lichamen, lijkt de omstandigheid dat de gemeente in casu op dezelfde voet als een privaatrechtelijke rechtspersoon optrad, niet doorslaggevend voor dit oordeel.
In het vervolg blijven overheidsinstanties ex art. 55 AWR buiten beschouwing. Zo deze instanties zich in de praktijk al beroepen op het recht tegen gedwongen zelfbelasting, dan is de problematiek die dat oproept niet anders dan geldt voor andere informatieplichtigen, zoals particulieren en bedrijven.