Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/14.4.2.3
14.4.2.3 Voorbereiding van de boetebeschikking
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS498284:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Art. 6a, lid 1 AWR en § 10BBBB, V-N 2016/4.4.2.
Zie de vorige noot.
Art. 67g, lid 2 AWR.
Zie art. 5:48 jo. art. 5:53 Awb jo. art. 6a, lid 1 AWR.
In de gevallen waarin dadelijke en ineens invorderbare belastingaanslagen worden opgelegd, kan de termijn, afhankelijk van de feiten en omstandigheden, zeer kort zijn. Zie § 12 BBBB, V-N 2016/4.4.2.
Art. 5:53, lid 3 Awb. Deze hoorplicht is niet te verwarren met het verhoor op de voet van art. 5:10a Awb.
In aanvulling hierop is in § 13 BBBB, V-N 2016/4.4.2, vastgelegd dat als de belanghebbende inzage verzoekt in andere dan de in art. 5:49 Awb bedoelde gegevens, de inspecteur inzage verleent en toestaat dat afschriften worden vervaardigd, indien belanghebbende aannemelijk maakt dat de gevraagde gegevens van belang kunnen zijn voor de verdediging. Gegevens over derden worden zoveel mogelijk op zodanige wijze verstrekt dat zij niet tot die derden zijn te herleiden.
§ 12 BBBB, V-N 2016/4.4.2.
§ 11 BBBB, V-N 2016/4.4.2.
Het opleggen van een bestuurlijke boete door de inspecteur is aan regels gebonden. In afdeling 5.4.2 van de Awb zijn twee procedures neergelegd, te weten de lichte procedure en de zware procedure. Bij het opleggen van een verzuimboete kan worden volstaan met het volgen van de lichte procedure.1 De zware procedure moet worden gevolgd wanneer het opleggen van een vergrijpboete wordt overwogen. Het verschil tussen beide is dat aan het opleggen van een verzuimboete geen kennisgeving en hoorplicht vooraf gaan.2
Kennisgeving en hoorplicht bij vergrijpboete
De gronden waarop de boete rust, moeten uiterlijk bij het opleggen van de boete aan de verdachte worden medegedeeld.3 Bij een vergrijpboete wordt de betrokkene van het voornemen van de inspecteur om een boete op te leggen (dus vooraf) schriftelijk op de hoogte gebracht.4 Deze kennisgeving is een rapport in de zin van art. 5:48 Awb en bevat de gronden van het voornemen een vergrijpboete op te leggen. De inspecteur geeft de betrokkene een redelijke termijn waarbinnen hij de aangevoerde gronden kan betwisten.5
Indien de belanghebbende de in de kennisgeving aangevoerde gronden mondeling wenst te betwisten, wordt hij door de inspecteur gehoord.6 Op grond van art. 5:49 Awb stelt de inspecteur belanghebbende desgevraagd in de gelegenheid de gegevens waarop het opleggen van de bestuurlijke boete, dan wel het voornemen daartoe, berust, in te zien en daarvan afschriften te vervaardigen.7
Mededeling boeteoplegging
Wanneer de betrokkene niet op de kennisgeving reageert, dan kan de inspecteur in de mededeling van boeteoplegging volstaan met een verwijzing daarnaar.8 Anders vermeldt de mededeling de feiten die aanleiding hebben gegeven tot het opleggen van de boete en, wanneer sprake is van een vergrijpboete, de feiten en omstandigheden op grond waarvan kan worden aangenomen dat sprake is van opzet of grove schuld.9 In voorkomende gevallen dient de mededeling ook te vermelden de bijzondere omstandigheden die tot een matiging dan wel verhoging van de boete hebben geleid.