Exit rights of minority shareholders in a private limited company
Einde inhoudsopgave
Exit rights of minority shareholders in a private limited company (IVOR nr. 72) 2010/9.3.1:9.3.1 Algemene slotbeschouwing
Exit rights of minority shareholders in a private limited company (IVOR nr. 72) 2010/9.3.1
9.3.1 Algemene slotbeschouwing
Documentgegevens:
mr. dr. P.P. de Vries, datum 03-05-2010
- Datum
03-05-2010
- Auteur
mr. dr. P.P. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS410759:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 6.4.2.1, § 6.4.2.2, § 6.4.2.5 en § 6.7.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als de vraag of het gerechtvaardigd is dat een minderheidsaandeelhouder een uittredingsrecht toekomt bevestigend is beantwoord, is de vervolgvraag aan welke voorwaarden dit uittredingsrecht dient te voldoen.
Het uittredingsrecht is als beschermingsmaatregel weinig doeltreffend als voor uittreding een kostbaar en tijdrovend proces moet worden doorlopen (§ 2.2.3.5). Uittredingsrechten dienen daarom te voorzien in een efficiënte uittreding, maar zonder dat dit ten koste gaat van de benodigde waarborgen die zien op de bescherming van de belangen van de betrokken partijen. Daarbij dient ook voldoende oog te zijn voor de belangen van de partij die de financiële compensatie voor het verlies van de aandelen dient te verschaffen.
Bovendien is een uittredingsrecht weinig effectief als het uittredingsrecht niet voorziet in een adequate financiële compensatie voor het verlies van de aandelen. Als uitgangspunt dient hierbij te gelden dat de waarde van de aandelen in het economisch verkeer dient te worden vergoed. Hiermee wordt bedoeld de waarde van de aandelen in het economisch verkeer zonder minderheidskorting. Dit geldt voor zowel de uittredingsprocedure (§ 6.7.3), als voor voorwaardelijke uittredingsrechten (§ 7.2.7, § 7.3.7 en § 7.4.8).
In de uittredingsprocedure is het mogelijk om een beroep te doen op statutaire of contractuele waarderingsregels, tenzij deze waarderingsregels kennelijk onredelijk leiden tot een kennelijk onredelijke prijs (§ 6.4.2.5). Bij de vraag of een waarderingsregel kennelijk onredelijk is dient het volgende in acht te worden genomen. Een financiële compensatie die niet gelijk is aan de waarde van de aandelen in het economisch verkeer en toepassing van een minderheidskorting geeft de meerderheidsaandeelhouder een prikkel om de uittreding van de minderheidsaandeelhouder uit te lokken.1 Hoe groter het verschil is tussen de werkelijke waarde van de aandelen en de prijs die volgt uit de statutaire of contractuele waarderingsregels, hoe sterker de prikkel is. Naar mijn mening zal de rechter niet terughoudend moeten zijn om bij een significant verschil te concluderen dat de waarderingsregel leidt tot een kennelijk onredelijke prijs.
Een adequate financiële compensatie brengt mee dat in beginsel de datum van de daadwerkelijke overdracht van de aandelen geldt als peildatum. Dit wordt ook wel aanduid als het do ut des principe, het principe van gelijk oversteken.
Dit beginsel vindt men terug in de uittredingsprocedure (§ 6.7.2), maar zou ook van toepassing moeten zijn bij de voorwaardelijke uittredingsrechten (zie onder meer § 7.4.8).
In het geval er inbreuk is gemaakt op de belangen van de minderheidsaandeelhouder, wint het uittredingsrecht als beschermingsmaatregel aan kracht, indien het uittredingsrecht tevens voorziet in vergoeding van de schade die door de minderheidsaandeelhouder aan zijn aandelen is geleden. Art. 2:343 lid 4 BW biedt thans deze mogelijkheid door de rechter de bevoegdheid toe te kennen om de prijs van de aandelen billijk te verhogen. Vanwege deze billijke verhoging van de prijs is een vordering voor vergoeding van afgeleide schade op grond van onrechtmatige daad, voor zover al mogelijk, niet meer nodig. Daarnaast is in de situatie dat de minderheidsaandeelhouder wenst uit te treden de invoering van een afgeleide actie niet meer nodig Immers, een calculerende minderheidsaandeelhouder zal er vaak niet voor kiezen om eerst een afgeleide actie en vervolgens een uittredingsprocedure te starten (§ 6.7.4). Deze rechtvaardige en praktische oplossing is ook terug te vinden in het Engelse recht (§ 3.3.12).
Bij het verhogen van de fmanciële compensatie vanwege een vergoeding van afgeleide schade kan een flexibele peildatum een praktisch hulpmiddel zijn (§ 6.7.2). In het Engelse recht zijn verschillende bruikbare voorbeelden te vinden van de toepassing van een flexibele datum (§ 3.3.11.5).