JONDR 2019/1444
Hoge Raad oordeelt niet over de vraag of de borgstelling is geschied in de normale uitoefening van het bedrijf
HR 08-11-2019, ECLI:NL:HR:2019:1729
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
8 november 2019
- Zaaknummer
18/02498
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:1729, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 08‑11‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:740, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 05‑07‑2019
- Wetingang
Essentie
Het gaat in deze zaak om de vraag of de door eiser tot cassatie aan verweerster in cassatie verstrekte borgstelling is geschied ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van de vennootschap waarvan hij (indirect) aandeelhouder en bestuurder is (art. 1:88 lid 5 BW). Zowel de rechtbank als het hof hebben geoordeeld dat dat het geval is. De Hoge Raad oordeelt dat de in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden.
Samenvatting
Eiser is (indirect) aandeelhouder en bestuurder van een Belgische vennootschap Domaine. Deze vennootschap heeft tot doel het doen verbouwen van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.