NJB 2025/2826
Omzetbelasting. Levering verbouwd en verhuurd wooncomplex. Prejudiciële vragen.
HR 21-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1732
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 november 2025
- Magistraten
Mrs. Van Hilten, Punt, Fierstra, Faase, Peters
- Zaaknummer
22/02347
22/02351
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 21‑11‑2025
ECLI:NL:HR:2025:1732, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:524, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑04‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:478, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑04‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:526, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑04‑2024
- Wetingang
(art. 37d Wet OB 1968)
Essentie
Omzetbelasting. Levering verbouwd en verhuurd wooncomplex. Prejudiciële vragen.
Uitspraak
Hoge Raad, onder meer:
‘Prejudiciële vragen
7.
De Hoge Raad verzoekt het Hof van Justitie van de Europese Unie de volgende vragen over de uitleg van het Unierecht te beantwoorden:
- 1.
Strekt artikel 19, eerste alinea, van BTW-richtlijn 2006 zich uit tot de levering van een onroerend goed (woonappartementencomplex) dat uitsluitend is gebruikt voor een economische activiteit die krachtens artikel 135 van BTW-richtlijn 2006 is vrijgesteld (in dit geval verhuur als bedoeld in artikel 135, lid 1, letter l, van BTW-richtlijn 2006), wanneer de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.