De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting
Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/8.5.4:8.5.4 Samenvatting en conclusies
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/8.5.4
8.5.4 Samenvatting en conclusies
Documentgegevens:
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS386146:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Wetsvoorstel btrp biedt, mijns inziens terecht, belanghebbenden de mogelijkheid om schorsing en ontslag van leden van de raad van toezicht te vorderen bij de rechter indien sprake is van verwaarlozing van de toezichthoudende taak (artikel 2:298 Wetsvoorstel btrp).
Bij gebreke aan een orgaan “boven” de raad van toezicht dat schorsingsbevoegd is, zou de wet mijns inziens bovendien een standaardregeling omtrent schorsing dienen te bevatten, die inhoudt dat de raad van toezicht bevoegd is zijn eigen leden te schorsen, tenzij de statuten anders bepalen. Dit bevordert mijns inziens het “zelfreinigend vermogen” van de raad van toezicht. Het orgaan of de instantie dat benoemingsbevoegd is, zou de schorsing moeten kunnen opheffen. Ook in verband met dit zelfreinigend vermogen en het voorkomen van impasses, is het mijns inziens van belang dat de raad van toezicht uit ten minste drie personen bestaat.
Het Wetsvoorstel btrp regelt bovendien terecht dat, indien er een raad van toezicht is ingesteld, de statuten een regeling dienen te bevatten voor het geval sprake is van ontstentenis en belet van alle leden van de raad van toezicht. Overigens kunnen de statuten van een stichting ook een regeling bevatten omtrent ontstentenis en belet van een van de leden van de raad van toezicht.
Naar mijn mening zou bovendien artikel 2:299 BW uitgebreid dienen te worden. Anders dan voor bestuurders voorziet de huidige wet niet in de mogelijkheid dat de rechter leden van de raad van toezicht benoemt, indien de door de statuten voorgeschreven raad van toezicht geheel of gedeeltelijk ontbreekt en daarin niet overeenkomstig de statuten is voorzien.