Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/4.6.2
4.6.2 Euroconversie bij de NV
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS366993:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Dit vloeit reeds voort uit artikel 2:124 lid 3 BW.
Zie bijvoorbeeld Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013/165.2 en Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013/106.
Zie ook de discussie in het WPNR naar aanleiding van Heck-Vink 2004, p. 143-144: Van Helden 2004, p. 222, Wilod Versprille 2004, p. 394-396, Aerts & Stelling 2004, p. 418-421, Van Olffen 2004, p. 442-443 en tot slot Dortmond 2004, p. 570. Zie over overgangsbepalingen onder 3.6.
Zie ook hierna onder 7.3.
Zie ook Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013/165.2, Dortmond 2000a, p. 256 en Van Olffen 2000, p. 717.
Anders: Dortmond 2000a, p. 256 en Van Olffen 2000, p. 717. Zij zien deze aandeelhouders niet als aparte groep omdat zij in ieder geval aandelen behouden.
Zie de artikelen 2:325 lid 2 BW (fusie) en 2:334x lid 2 BW (splitsing).
Zo’n statutaire regeling komt men wel in de volgende vorm tegen: ‘Alle bestuursbesluiten die zien op een transactie die een belang van NLG 100.000,- overschrijdt, behoeven de goedkeuring van de algemene vergadering.’ De Memorie van toelichting noemt als voorbeeld ook statutaire bevoegdheidsbeperkingen (Kamerstukken II 1999/00, 26823, 3, p. 8).
De euroconversie voor de NV vindt haar regeling in de artikelen 2:67a tot en met 2:67c BW. Samengevat komt deze regeling erop neer dat indien een NV de nominale waarde van haar aandelen wil omzetten van gulden naar euro, het bedrag per aandeel in gulden wordt omgerekend naar euro met gebruikmaking van de vastgestelde omrekenkoers (NLG 2,20371 gulden = € 1). De aldus berekende nominale waarde kan met ten hoogste twee cijfers achter de komma worden vastgesteld, hetgeen in lijn is met artikel 2:67 lid 1 BW dat voorschrijft dat de statuten het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en het bedrag van de aandelen tot ten hoogste twee cijfers achter de komma vermelden. Het afgeronde bedrag in euro per aandeel dient binnen een bandbreedte van ten hoogste 15% minder of meer dan het oorspronkelijke bedrag van het aandeel in gulden te blijven. De akte van statutenwijziging waarbij de euroconversie plaatsvindt vermeldt het geplaatste kapitaal na conversie.1 Voor de NV is het niet mogelijk om aandelen in een andere nominale waarde dan euro om te zetten.
Is het totale bedrag van alle geplaatste aandelen door afronding hoger geworden dan het geplaatste bedrag voor de conversie (binnen de bandbreedte als voormeld) dan wordt dat verschil ten laste gebracht van de uitkeerbare reserves of de reserves als bedoeld in artikel 2:389 BW (reserve deelnemingen) of 2:390 BW (herwaarderingsreserve). Zijn die reserves niet toereikend dan vormt de vennootschap een negatieve bijschrijvingsreserve ter grootte van het verschil dat niet ten laste van de uitkeerbare of niet-uitkeerbare reserves is gebracht. De aandelen, waarvan de nominale waarde is vergroot, gelden per het moment van conversie als volgestort. De bedoeling is dat de aldus ontstane negatieve bijschrijvingsreserve wordt aangezuiverd door winstreserveringen. Deze negatieve bijschrijvingsreserve is een reserve die ingevolge de wet dient te worden aangehouden. Zolang deze reserve niet is aangezuiverd kunnen er geen uitkeringen aan aandeelhouders als bedoeld in artikel 2:105 BW plaatsvinden. Wordt door de euroconversie het totale geplaatste kapitaal lager (binnen de bandbreedte als voormeld) dan houdt de vennootschap een niet-uitkeerbare reserve aan ter grootte van het verschil. De wettelijke regeling faciliteert dus het volgestort raken van het aandeel na euroconversie waarbij de nominale waarde per aandeel tot ten hoogste 15% van de oorspronkelijke nominale waarde is verhoogd, maar ook de verlaging van de nominale waarde per aandeel tot ten hoogste 15% van de oorspronkelijke waarde in welk geval de kapitaalverminderingsprocedure van artikel 2:99 BW niet hoeft te worden gevolgd.
Het is ook mogelijk om de nominale waarde van aandelen in gulden om te zetten naar euro buiten het bestek van artikel 2:67a BW. Dit zou kunnen door een nominale waarde te kiezen die buiten de brandbreedte van maximaal 15% valt, maar ook door aandelen samen te voegen, de nominale waarde van het aldus ontstane aandeel of de aldus ontstane aandelen om te zetten in euro en het aldus ontstane aandeel of de aldus ontstane aandelen vervolgens te splitsen (ook wel aangeduid als de ‘herstructurering van kapitaal’2). Deze beweging zou in een overgangsbepaling in de akte van statutenwijziging vorm kunnen krijgen.3 Dit zal doorgaans alleen werken in het geval de groep aandeelhouders beperkt is. Samenvoeging van aandelen die door meer dan een aandeelhouder worden gehouden zal leiden tot een gemeenschap en splitsing van het aldus door samenvoeging ontstane aandeel zal die gemeenschap niet opheffen.4 Bij euroconversie door samenvoeging en splitsing vinden de wettelijke faciliteiten geen toepassing. Wordt het geplaatste kapitaal hierdoor verlaagd, dan zal een kapitaalverminderingsprocedure moeten worden gevolgd. Wordt het kapitaal verhoogd, dan zal er, teneinde tot volgestorte aandelen te komen, dienen te worden bijgestort, tenzij het verschil ten laste van een bestaande reserve kan worden gebracht.
Artikel 2:67b BW behelst een regeling van minderheidsbescherming. Indien de vennootschap het bedrag van de aandelen wijzigt buiten het bestek van artikel 2:67a BW (dat kan dus zijn doordat de nominale waarde buiten de voormelde bandbreedte van maximaal 15% wordt gebracht, of de euroconversie door samenvoeging en splitsing plaatsvindt), behoeft deze wijziging de goedkeuring van elke groep aandeelhouders aan wier rechten de wijziging afbreuk doet. Daarmee zijn niet bedoeld groepen houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding, maar meer in het algemeen groepen van aandeelhouders, bijvoorbeeld de groep houders van één aandeel, of de groep van houders van aandelen met een andere nominale waarde.5
De omschrijving ‘groep aandeelhouders aan wier rechten de wijziging afbreuk doet’ beperkt zich niet tot de groep houders van aandelen van een bepaalde soort. Wat precies wordt bedoeld met ‘elke groep aandeelhouders aan wier rechten de wijziging afbreuk doet’ is niet helemaal duidelijk. Als, bijvoorbeeld, de vennootschap twee soorten aandelen kent, namelijk die met een nominale waarde van NLG 1 en met een nominale waarde van NLG 5, en een aantal aandeelhouders maar één aandeel met een nominale waarde van NLG 1 heeft, maakt het uit of die houders van één aandeel als ‘groep van aandeelhouders’ moeten worden beschouwd of niet. Zo ja, dan is dat een mogelijke extra blokkade voor het besluit tot euroredenominatie. Maar of in het gegeven voorbeeld de houders van aandelen van NLG 1 als ‘groep aandeelhouders aan wier rechten de wijziging afbreuk doet’ moet worden verstaan, wordt bepaald door de omstandigheden van het geval. Zou het voorstel zijn om elk aandeel met een nominale waarde van NLG 5 om te zetten in één aandeel met een nominale waarde van € 2,30 en alle houders van één aandeel van NLG 1 uit te stoten, dan vormt naar ik meen de groep houders van aandelen van NLG 1 een ‘groep van aandeelhouders’ in de zin van artikel 2:67b BW. Zou het voorstel zijn om de houders van een, twee, drie of vier aandelen van NLG 1 uit te stoten en de houders van elk vijftal aandelen van NLG 1 daarvoor een aandeel met een nominale waarde van € 2,30 toe te kennen, dan is denkbaar dat de ‘groepen van aandeelhouders’ zouden kunnen bestaan uit de groep houders van een tot vier aandelen met een nominale waarde van NLG 1, die immers niet voor een aandeel van € 2,30 in aanmerking komen, maar ook zou een groep kunnen bestaan uit de houders van, één, twee, drie of vier aandelen meer dan een door vijf deelbaar aantal. Deze immers krijgen wel een of meer euro aandelen maar niet ten belope van hun gehele aandelenbezit.6 Ook binnen die groep zou weer kunnen worden gedifferentieerd. Maar redeneringen kunnen ook te ver gaan en het identificeren van meerdere groepen aandeelhouders, waar deze ook samen genomen zouden kunnen worden kunnen ook tot praktische problemen leiden, nu elke groep de wijziging zou kunnen blokkeren. Waar een groep aandeelhouders met een vergelijkbaar belang kan worden geïdentificeerd, zou het naar ik meen niet aangewezen zijn deze weer in subgroepen onder te verdelen.
Bestaat krachtens de wijziging recht op geld of schuldvorderingen, dan mag het totale bedrag daarvan een tiende van het gewijzigde nominale bedrag van de aandelen niet te boven gaan. Deze regeling is in lijn met de regeling van fusie en splitsing7, welke een grens stelt aan de uitstoting van aandeelhouders door een ruilverhouding die dusdanig is dat aandeelhouders met een kleiner aandelenbezit niet, of slechts in beperkte mate in aanmerking komen voor krachtens de fusie of splitsing nieuw uit te geven aandelen. Nu dit een regeling van minderheidsbescherming is, kan met instemming van alle aandeelhouders deze grens van 10% worden overschreden.
Naast de regeling van artikel 2:67b BW is de algemene regeling van artikel 2:121a BW van toepassing. Zo wordt het besluit tot vermindering van het bedrag van de aandelen en van het maatschappelijk kapitaal genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen indien minder dan de helft van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is. Zijn er verschillende soorten aandelen, danis naast het besluit tot verhoging of verlaging een voorafgaand of gelijktijdig goedkeurend besluit nodig van elke groep van houders van aandelen waaraan de omzetting afbreuk doet.
Artikel 2:67c lid 1 BW bepaalt dat een NV waarvan de statuten het bedrag van het maatschappelijk kapitaal in gulden vermelden, in het maatschappelijk verkeer de tegenwaarde in euro kan gebruiken tot ten hoogste twee cijfers achter de komma, mits daarbij wordt verwezen naar artikel 2:67c BW. Deze verwijzing dient ter voorkoming van de indruk dat de waarde van de aandelen al naar euro zou zijn omgezet. Artikel 2:67c lid 2 BW schrijft vervolgens voor dat indien een NV waarvan de statuten het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en het bedrag van de aandelen in gulden vermelden, na 1 januari 2002 een wijziging aanbrengt in een of meer bepalingen waarin bedragen in gulden worden uitgedrukt, in de statuten alle bedragen worden omgezet in euro. De artikelen 2:67a en 2:67b BW zijn daarbij van toepassing, zo bepaalt de laatste zin van dit lid enigszins overbodig. Met de regeling van lid 2 heeft de wetgever willen voorkomen dat in statuten zowel bedragen in euro als in gulden worden gehanteerd,8 hetgeen verwarrend kan zijn. Zo ziet men in statuten wel een opsomming van bestuursbesluiten die aan de goedkeuring van een ander orgaan, zoals de algemene vergadering, zijn onderworpen. Niet zelden worden daarbij bedragen genoemd.9 Wil men zo’n bedrag van gulden naar euro omzetten, dan moeten alle verwijzingen naar gulden in de statuten, waaronder die ten aanzien van het maatschappelijk kapitaal en het bedrag van de aandelen, eveneens worden omgezet naar euro. Evenzo zal een euroredenominatie van aandelen ook een omzetting van alle andere bedragen in de statuten naar euro tot gevolg moeten hebben.
Wat is de grens van de uitkering in geld? De wet spreekt in artikel 2:67b (en in artikel 2:178b BW) van ‘het gewijzigde nominale bedrag’. Daaronder moet worden verstaan de nominale waarde na wijziging. Indien, bijvoorbeeld, het geplaatste kapitaal uit 66 aandelen bestaat en de nominale waarde per aandeel wordt verhoogd van NLG 1 naar € 3, mag het totale uit te keren bedrag maximaal 10% van € 188 = € 18,80 niet te boven gaan, wil deze conversie zonder goedkeuring van elke groep van aandeelhouders aan wier rechten de wijziging afbreuk doet mogelijk zijn. Of dit zo is zal afhankelijk zijn van de waarde van de aandelen die aldus niet worden meegenomen in de samenvoeging en ten aanzien waarvan de betreffende aandeelhouder als het ware worden uitgekocht. Komt het bedrag boven de 10% grens uit, dan is de toestemming van de eerste zin vereist. Dat leidt tot een uitstotingsmogelijkheid die in beginsel niet begrensd is en individuele aandeelhouders tegen hun wil hun aandelen kan ontnemen. De grens wordt gevormd door de redelijkheid en billijkheid.