NJB 2025/309
Bestanddeel ‘bij een ander in gebruik’ in geval van erfvredebreuk, art. 138 Sr: anders dan in geval van woningvredebreuk (waarbij feitelijk gebruik van de woning is vereist) volstaat wanneer het gaat om het ‘in gebruik’ zijn van een erf dat een ander in feitelijke zin bezit of houderschap over het erf uitoefent. In casu kon het hof oordelen dat de gemeente in feitelijke zin het bezit over het erf uitoefende, erop gelet dat de gemeente de eigenaar is van het betreffende erf, de gemeenteraad de bestemming van dit erf heeft gewijzigd en de gemeente het erf heeft afgesloten met betonblokken.
HR 28-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:124
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 januari 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C.N. Dalebout, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/02945
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:124, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1083, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑01‑2023
- Wetingang
(art. 138 Sr)
Essentie
Bestanddeel ‘bij een ander in gebruik’ in geval van erfvredebreuk, art. 138 Sr: anders dan in geval van woningvredebreuk (waarbij feitelijk gebruik van de woning is vereist) volstaat wanneer het gaat om het ‘in gebruik’ zijn van een erf dat een ander in feitelijke zin bezit of houderschap over het erf uitoefent. In casu kon het hof oordelen dat de gemeente in feitelijke zin het bezit over het erf uitoefende, erop gelet dat de gemeente de eigenaar is van het betreffende erf, de gemeenteraad de bestemming van dit erf heeft gewijzigd en de gemeente het erf heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.