NJ 1935, p. 32
Overeenkomst, welke door dwang zou zijn totstandgekomen. Latere goedkeuring, bestaande in opzegging van een deel der overeenkomst. Beslissing steunende op twee zelfstandige gronden. Cassatie. Getuigenbewijs in hooger beroep. Art. 353 Rv.
HR 09-03-1934, ECLI:NL:HR:1934:55 (Cognossement)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 maart 1934
- Magistraten
Mrs. Visser, van den Dries, van Gelein Vitringa, Polak, Servatius
- Zaaknummer
[09031934/NJ_1935,_p._32]
- Conclusie
Mr. Van Lier
- Roepnaam
Cognossement
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1934:55, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑03‑1934
- Wetingang
(BW art. 1363; Rv art. 398-429, 406.)
Essentie
Overeenkomst, welke door dwang zou zijn totstandgekomen. Latere goedkeuring, bestaande in opzegging van een deel der overeenkomst. Beslissing steunende op twee zelfstandige gronden. Cassatie. Getuigenbewijs in hooger beroep. Art. 353 Rv.
Samenvatting
De stelling, dat in opzegging van een deel eener overeenkomst nooit een bekrachtiging of goedkeuring is te zien, die het recht tot nietigverklaring doet vervallen, is in hare algemeenheid onjuist, ‘s Hofs beslissing, dat i. c. in de intrekking van de machtiging om betalingen en schikkingen te doen, is gelegen de erkenning van de rechtsgeldigheid der gegeven garantie — welke volgens eischer tot cassatie door geweld ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.