NJB 2018/325:Is sprake van een appellabel bestuurlijk rechtsoordeel? Verwijzing naar vaste jurisprudentie van het College, zoals onder andere blijkend uit zijn uitspraken van 21 juli 1998 (ECLI:NL:CBB:1998:ZF3595), 1 juli 2014 (ECLI:NL:CBB:2014:256), 28 december 2016 (ECLI:NL:CBB:2016:405) en 28 september 2017 (ECLI:NL:CBB:2017:319). Het College ziet in dit geval geen reden waarom van appellanten niet gevergd kan worden dat zij eventuele nadere besluitvorming van AFM, waartegen in rechte kan worden opgekomen, afwachten. Dat eventuele handhavingsbesluiten, gericht aan de vergunninghoudende entiteiten, geen rechtsingang bieden aan appellanten, omdat zij bij die besluiten geen belanghebbenden zouden zijn in de zin van art. 1:2 lid 1 Awb, vormt voor het College evenmin aanleiding om de brief als appellabel bestuurlijk rechtsoordeel aan te merken. Uit het wettelijk systeem vloeit voort dat enkel belanghebbenden tegen een besluit kunnen opkomen. Het uitlokken van een bestuurlijk rechtsoordeel kan niet ertoe leiden dat via die weg ook aan niet-belanghebbenden toegang tot de bestuursrechter wordt geboden