FED 2016/94
Vrijstelling in box 3 voor landgoederen in de zin van de Natuurschoonwet 1928 van toepassing op voor gebruik als golfterrein verhuurde gronden
HR 17-06-2016, ECLI:NL:HR:2016:1207, m.nt. J.H.M. Arts
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 juni 2016
- Magistraten
Koopman, Schaap, Groeneveld, Wortel, Van Hilten
- Zaaknummer
15/02120
- Conclusie
A-G Niessen
- Noot
J.H.M. Arts
- JCDI
JCDI:ADS273914:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:1207, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑06‑2016
ECLI:NL:PHR:2015:2516, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 17‑12‑2015
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑06‑2015
- Wetingang
Art. 5.7 lid 1 onderdeel c Wet IB 2001
Essentie
Vrijstelling in box 3 voor landgoederen in de zin van de Natuurschoonwet 1928 van toepassing op voor gebruik als golfterrein verhuurde gronden
Samenvatting
De belanghebbende is houder van 25% van het aandelenkapitaal van een BV die gronden bezit die zijn aangewezen als landgoed in de zin van de Natuurschoonwet 1928. Op een deel van de gronden is een golfterrein gerealiseerd dat verhuurd wordt aan een BV die het op zijn beurt verhuurt aan een stichting die het exploiteert. Op grond van een bepaling in de huurovereenkomst kan bij beëindiging de hurende BV aan de verhurende BV een vergoeding verschuldigd ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.