M en R 2011/146:Op het project ‘Gasopslag Bergermeer’ is de rijkscoördinatieregeling van toepassing. De ministers hebben besloten toepassing te geven aan art. 3.36 Wro waardoor zij in de plaats treden van decentrale bestuursorganen. Deze beslissing kan niet worden aangemerkt als een besluit in de zin van art. 1:3 lid 1 Awb. Het opstellen en ter inzage leggen van zeven ontwerpbesluiten zijn feitelijke handelingen en daarom niet aan te merken als een besluit in de zin van de Awb. Voor het kunnen aanwenden van de in art. 3.36 Wro aangeduide bevoegdheid is, gelet op het bepaalde in dit artikel, een daartoe strekkend besluit geen voorwaarde. De bevoegdheid vloeit immers rechtstreeks uit de wet voort. De beslissing is niet gericht op rechtsgevolg, nu deze beslissing slechts betrekking heeft op de voorbereiding van de voorgenomen besluiten, zoals is geregeld in art. 3.36 Wro. Eerst van het besluit dat in de plaats treedt van het besluit van het in eerste aanleg bevoegde bestuursorgaan gaat een rechtsgevolg uit. Eiser kan niet worden gevolgd in zijn stelling dat het rechtsgevolg waarop de beslissing is gericht een wijziging van de rechtsverhouding ter zake van de beslissingsbevoegdheid behelst. Art. 3.36 Wro verbindt dit gevolg ook niet aan verweerders beslissing, noch is dit rechtsgevolg beoogd.