Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/6.4.5
6.4.5 De rol van de rechter
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS367579:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie uitgebreid over de handhaving van de biedplicht hoofdstuk 16.
Zie Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/377 en Tjittes 2009, p. 11. Bij commerciële contracten is daar meer ruimte voor, zie onder meer HR 29 juni 2007, NJ 2007, 576, m.nt. Wissink (Derksen/Homburg).
Zie over het primaat van de feitenrechter in zaken van uitleg Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/368 en Asser Procesrecht/Korthals Altes & Groen 7 2005/109.
Zie over rechtspleging in cassatie in het kader van de biedplicht eerder Beckers 2013, p. 55-67.
In lijn met de uitlegregels uit het algemene overeenkomstenrecht is de rechter, de bevoegde rechter inzake de biedplicht is de OK (art. 5:73 lid 1 Wft)1, in beginsel vrij in de keuze van de middelen die hij bij het bepalen van het doel van de samenwerking wil bezigen.2 Maar, zoals hiervoor al aan een aantal keer aan de orde kwam (§ 6.4.2), heeft de rechter als bijzondere opdracht om de bedoelingen van partijen objectief te toetsen. Dit betekent onder meer dat de rechter niet gebonden is aan een bepaalde uitleg waarover partijen het zelf eens zijn. Anders dan in het algemene verbintenissenrecht3 is hij in het verlengde van het voorgaande ook vrij om een bewijsaanbod terzake van partijbedoelingen af te wijzen, omdat hij op grond van de tekst of anderszins reeds de betekenis van het desbetreffende beding heeft vastgesteld.
De uitleg van wilsverklaringen is voorbehouden aan de feitenrechter, de OK dus.4 Behoudens wanneer zij hierbij een onjuiste maatstaf hanteert, hetgeen gelet op de hiervoor genoemde vrijheid bij het achterhalen van de gemeenschappelijke partijbedoeling niet voor de hand ligt, of haar beslissing ontoereikend motiveert, is deze in cassatie onaantastbaar.5