Eigendomsgrondrecht en belastingen
Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/12.3:12.3 Aansprakelijkstelling
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/12.3
12.3 Aansprakelijkstelling
Documentgegevens:
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197349:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 25 juli 2013, nrs. 11082/06 and 13772/05 (Khodorkovskiy and Lebedev v. Russia), EHRC 2011/118 m.nt. Morre.
EHRM 25 juli 2013, nrs. 11082/06 and 13772/05 (Khodorkovskiy and Lebedev v. Russia), EHRC 2011/118 m.nt. Morre, par. 877.
Zie over lawfulness en het vereiste van een duidelijke wettelijke grondslag par. 5.2.
HR 21 september 2012, nr. 11/04755, BNB 2012/296 m.nt. Raaijmakers.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het is niet ongebruikelijk dat als een vennootschap haar fiscale verplichtingen niet nakomt, de bestuurders van de vennootschap in privé worden aangesproken voor de onbetaald gebleven belastingschulden van de vennootschap. In de zaak Khodorkovskiy and Lebedev v. Russia1 waren de oud-bestuurders van het Yukos concern persoonlijk aansprakelijk gesteld voor de belastingschulden van Yukos. Het EHRM maakte duidelijk er geen moeite mee te hebben dat in een misbruiksituatie bestuurders aansprakelijk worden gesteld voor schulden van de vennootschap, mits er een duidelijke wettelijke grondslag voor de aansprakelijkstelling bestaat:2
“Turning to the present case the Court emphasises that “piercing of the corporate veil” in such situations is not wrong as such. Where a limited liability company was used merely as a façade for fraudulent actions by its owners or managers, piercing of the corporate veil may be an appropriate solution for defending the rights of its creditors, including the State. That being said, there should be clear rules allowing the State to do so – otherwise an interference would be arbitrary.
In Rusland ontbrak een wettelijke grondslag voor de aansprakelijkstelling van bestuurders, zodat de aansprakelijkstelling van de heren Khodorkovskiy en Lebedev niet lawful was en reeds daarom in strijd met artikel 1 Eerste Protocol.3 Wel achtte het EHRM aansprakelijkstelling van bestuurders op zichzelf een geschikte invorderingsmaatregel als de vennootschap was gebruikt als dekmantel voor frauduleuze transacties. Het is de vraag of deze overweging zo moet worden gelezen, dat het Hof aansprakelijkstelling van bestuurders uitsluitend acceptabel acht als sprake is van “fraudulent actions” door bestuurders of aandeelhouders, of dat “piercing of the corporate veil” ook in andere gevallen mogelijk is. Vooralsnog ga ik uit van dit laatste, omdat de uitspraak geen indicatie bevat dat het EHRM de verenigbaarheid van aansprakelijkstellingen heeft willen beperken tot de omstandigheden van het geval (die werden gekenmerkt door de aanwezigheid van fraude). Voorwaarden voor aanvaardbaarheid van aansprakelijkstelling voor de (belasting)schulden van een rechtspersoon zijn wel dat zij (i) niet arbitrair geschiedt (de aansprakelijk gestelden moeten dus geprofiteerd hebben van of verantwoordelijk zijn voor de niet-betaling door de rechtspersoon), (ii) berust op een duidelijke wettelijke grondslag (voorzienbaarheid) en (iii) proportioneel is. Ook moet een aansprakelijk gestelde natuurlijke persoon (iv) een redelijke mogelijkheid hebben om de aansprakelijkstelling effectief te betwisten. Een weerlegbaar bewijsvermoeden dat het aan de bestuurder te wijten is dat de vennootschap haar belastingschuld niet heeft betaald is volgens de Nederlandse Hoge Raad niet onaanvaardbaar.4