Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt
Einde inhoudsopgave
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/1.4.1:1.4.1 Inleiding
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/1.4.1
1.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
dr. S.T.M. Beelen, datum 01-03-2010
- Datum
01-03-2010
- Auteur
dr. S.T.M. Beelen
- JCDI
JCDI:ADS297056:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderzoek is ingegeven door het feit dat Nederland door een wijziging van art. 15 wet vanaf 1 januari 2007, anders dan daarvoor het geval was, de aftrek van voorbelasting koppelt aan de eis van het gebruik voor belaste prestaties. De eigenlijke vraag betreft echter niet de aftrek van voorbelasting als de ondernemer de aangeschafte goederen en diensten gebruikt voor belaste uitgaande prestaties. Het antwoord op deze vraag is immers duidelijk. De vraag betreft veeleer de aftrek van voorbelasting als de ondernemer de aangeschafte goederen en diensten niet gebruikt voor belaste uitgaande prestaties. Daarom heb ik dit onderzoek de titel gegeven ‘De aftrek van voorbelasting en het niet gebruiken van goederen en diensten voor belaste prestaties’.
Mijn onderzoek heb ik als volgt opgebouwd. Op de eerste plaats zal ik een rechtshistorisch onderzoek doen naar de totstandkoming van relevante bepalingen in de Europese en nationale regelgeving. Daarna zal ik onderzoek doen naar de begrippen ‘gebruik’ en ‘niet gebruik’. Dit zijn immers centrale begrippen in dit onderzoek. Vervolgens onderzoek ik de Europese en Nederlandse regelgeving en jurisprudentie voor zover relevant voor de vraagstelling. In de btw moeten de nationale regelgeving en jurisprudentie altijd beoordeeld worden in de context van de Europese regelgeving en jurisprudentie. Zonder kennis te nemen en bestudering van de Europese regelgeving en jurisprudentie en van het door de Europese regelgever gebruikte en het op basis daarvan door het Hof van Justitie EU verder ontwikkelde begrippenkader, is bestudering van nationale regelgeving en jurisprudentie zinledig. Daarom zal ik eerst de Europese regelgeving en jurisprudentie onderzoeken en daarna de Nederlandse jurisprudentie en regelgeving. Ik laat zien hoe de Nederlandse regelgeving en jurisprudentie zich in de context de eerder besproken Europese regelgeving en jurisprudentie hebben ontwikkeld tot 1 januari 2007. Op basis van deze ontwikkeling en de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU, voor zover die nog niet tot uitdrukking is gekomen in nationale jurisprudentie, en met inachtneming van het toetsingskader (zie onderdeel 1.4.6) formuleer ik algemene veronderstellingen over de gevolgen van de wijziging van de Nederlandse regelgeving per 1 januari 2007. Deze veronderstellingen pas ik vervolgens weer toe op de verschillende specifieke situaties. Ten slotte zal ik de nieuwe Nederlandse regelgeving vergelijken met het geldend recht in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk.