Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies
Einde inhoudsopgave
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/2.2.3.3:2.2.3.3 Subjectieve vereisten artikel 132 InsO
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/2.2.3.3
2.2.3.3 Subjectieve vereisten artikel 132 InsO
Documentgegevens:
mr. R.J. de Weijs, datum 15-03-2010
- Datum
15-03-2010
- Auteur
mr. R.J. de Weijs
- JCDI
JCDI:ADS410185:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor het oorspronkelijke Regeringsvoorstel, Balz en Landfermann, Die Neuen Insolvenzgesetze, p. 235.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De subjectieve vereisten onder artikel 132 InsO zijn dezelfde als die onder artikel 130 InsO, welke hierboven reeds besproken zijn in § 2.2.1.3.
Ten aanzien van de subjectieve vereisten onder artikel 132 InsO moet nog opgemerkt worden dat, anders dan onder artikel 131 lid 3 InsO, niet vereist is dat de wederpartij wist dat de schuldeisers benadeeld zouden worden. Voldoende voor toepasselijkheid van artikel 132 InsO is dat de rechtshandeling direct tot benadeling van schuldeisers leidde en dat de wederpartij wist van de betalingsonmacht of de aanvraag. In het Regeringsvoorstel was aanvankelijk opgenomen dat voldoende was dat de wederpartij ernstig nalatig was in het niet weten van de betalingsonmacht. Dit is echter niet overgenomen, zodat nu vereist is dat de schuldenaar de betalingsonmacht kende.1
Lid 3 van artikel 132 InsO bepaalt dat de leden 2 en 3 van artikel 130 InsO van overeenkomstige toepassing zijn. Onder artikel 132 InsO geldt dus ook dat bekendheid met omstandigheden die direct op betalingsonmacht of een bestaande aanvraag wijzen, gelijkgesteld moet worden met bekendheid met bestaande betalingsonmacht of een aanvraag. Bij direct benadelende transacties met een gerelateerd persoon wordt de vereiste wetenschap aan de zijde van de wederpartij vermoed, waarbij echter nog wel tegenbewijs mogelijk is.