FED 2012/4
De omstandigheid dat een stichting niet meer heeft dan een renteloze niet-opeisbare vordering staat in casu niet aan de ANBI-status in de weg
HR 25-11-2011, BQ6141 (Beroepschrift), m.nt. J.W. Zwemmer
- Instantie
Hoge Raad (Belastingkamer)
- Datum
25 november 2011
- Magistraten
Van den Berge, Schaap, Tijnagel, Heisterkamp, Koopman
- Zaaknummer
10/03773
- Conclusie
A-G IJzerman
- Noot
J.W. Zwemmer
- LJN
BQ6141
- JCDI
JCDI:ADS273501:1
- Vakgebied(en)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Schenk- en erfbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2011:BQ6141, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑11‑2011
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑11‑2011
ECLI:NL:PHR:2011:BQ6141, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 28‑04‑2011
- Wetingang
Art. 24 Successiewet 1956
Essentie
De omstandigheid dat een stichting niet meer heeft dan een renteloze niet-opeisbare vordering staat in casu niet aan de ANBI-status in de weg
Uitspraak
Het geschil betreft de aanslag successierecht 2004.
OP HET BEROEP IN CASSATIE VAN BELANGHEBBENDE OVERWEEGT DE HOGE RAAD:
3.1.
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
3.1.1.
Belanghebbende is opgericht bij akte van 27 september 2000 door erflater en zijn echtgenote (hierna ook: de langstlevende). Erflater is geboren in 1917 en zijn echtgenote is geboren in 1919.
3.1.2.
Het doel van belanghebbende is in artikel 2 van haar statuten als ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.