JAR 2015/119
Seizoenswerker heeft op grond van art. 7:611 BW recht op een nieuw contract. Een seizoenskracht werkt al meer dan tien jaar als agrarisch medewerker voor de werkgever. De werkgever is op grond van het goed werkgeverschap gehouden om de werknemer ook voor het aankomende seizoen een contract aan te bieden. De werkgever is er niet in geslaagd om aan te tonen dat er een zwaarwegend belang zou zijn om geen nieuw seizoenscontract aan te bieden.
Rb. Den Haag 03-04-2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:4515
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
3 april 2015
- Magistraten
Mr. W. ten Cate
- Zaaknummer
3904648 RL EXPL 15-5636
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBDHA:2015:4515, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 03‑04‑2015
- Wetingang
Art. 7:611, 7:668a BW
Essentie
De werknemer is vanaf 2004 jaarlijks bij de werkgever werkzaam geweest als agrarisch medewerker. Tussen alle opeenvolgende arbeidsovereenkomsten hebben steeds tussenpozen van langer dan drie maanden gezeten. In augustus 2014 heeft de werkgever aan de werknemer laten weten dat geen nieuwe arbeidsovereenkomst voor het nieuwe seizoen zou worden aangeboden. De werknemer vordert in kort geding dat de werkgever wordt veroordeeld om aan hem voor het nieuwe seizoen, en nadien voor alle opvolgende seizoenen, vergelijke arbeidsovereenkomsten aan te bieden. Hij stelt dat door de langdurige tewerkstelling de arbeidsrelatie een duurzaam karakter heeft gekregen. Op grond van het goed werkgeverschap had ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.