Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/8.5:8.5 Beheersregeling
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/8.5
8.5 Beheersregeling
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232780:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Net als bij bewind en certificering is bij het instellen van een APV van belang dat een beheersregeling aanwezig is, die het evenwicht bewaart tussen de belangen die met het APV worden nagestreefd en de belangen van de begunstigden. Met een discretionair APV worden de begunstigden op een grotere afstand van het ingebrachte vermogen gezet, dan bij bewind of certificering het geval is. Hierbij zal veelal een beperktere mate van invloed voor de begunstigden bij het APV passen, dan de rechthebbende op onderbewindgestelde goederen of de certificaathouder heeft, hoewel dat in een specifiek geval uiteraard anders kan liggen.
Desalniettemin behoeft de positie van de begunstigde naar mijn mening bescherming. Zeker indien de bedoeling is dat het APV gedurende een (zeer) lange periode bestaat en het beheer hierover op enig moment in handen komt van een persoon die de insteller niet persoonlijk gekend heeft en dus slechts op de hoogte is van diens wensen voor zover die zijn vastgelegd in bijvoorbeeld een letter of wishes, bestaat een risico dat de beheerder van het APV, al dan niet te goeder trouw, geen recht doen aan de bedoelingen van de insteller. Bovendien moet op de langere termijn wellicht ingespeeld worden op omstandigheden waarmee de insteller geen rekening heeft gehouden of heeft kunnen houden. Een beheersregeling die voor die situatie de benodigde flexibiliteit biedt, is daarom zeer aan te bevelen.
Het hangt af van de rechtsvorm die voor het APV gekozen wordt, in hoeverre een dergelijke regeling aanwezig is. Ik beperk mij hier tot de twee besproken vormen, de trust en de APV-stichting. De trust kent zijn eigen beheersregeling, die de beneficiaries mogelijkheden biedt om op te treden indien de trustee in breach of trust handelt. Zo kan de rechter verzocht worden om de trustee te veroordelen tot het vergoeden van schade of om ontslag van de trustee en benoeming van een ander.1 In geval van de trust voorzien de daarvoor geldende regels derhalve reeds in een regeling die de belangen van de beneficiaries beschermt.
Dit geldt evenwel niet voor de stichting, die slechts summier geregeld is in de wet. Reeds in het kader van certificering is geconstateerd dat het derhalve noodzakelijk is om bij het opzetten van de stichting en de daarmee te sluiten overeenkomsten te voorzien in een evenwichtige beheersregeling.2 Daarbij is in ieder geval van belang om een regeling te treffen voor de wijziging van de statuten, aangezien dit anders slechts zeer beperkt mogelijk is,3 alsmede een regeling voor het ontslag en de benoeming van bestuurders.4 Ook bij het gebruik van een Nederlandse stichting als APV zijn deze regelingen mijns inziens van groot belang, om onder meer te bewerkstelligen dat het bestuur van de stichting en het beheer van haar vermogen zich aan iedere invloed van de begunstigden, of controle door bijvoorbeeld de rechter, onttrekken.