Ondernemingsrecht 2017/38
Nietigheid/vernietigbaarheid (besluit) tussentijdse uitkering dividend (art. 2:216 lid 2 (oud) BW/ art. 42 Fw). Onrechtmatig handelen en/of kennelijk onbehoorlijk bestuur (art. 6:162 en 2:248 lid 1 BW). Bijzondere regels van bewijslastverdeling (art. 43 en 45 Fw) hadden in casu moeten worden toegepast.
HR 23-09-2016, ECLI:NL:HR:2016:2172, m.nt. Prof. mr. Barbara Bier
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 september 2016
- Zaaknummer
15/02192
- Noot
Prof. mr. Barbara Bier
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS925641:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Ondernemingsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Insolventierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:2172, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑09‑2016
ECLI:NL:PHR:2016:534, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑05‑2016
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑04‑2015
Essentie
Nietigheid/vernietigbaarheid (besluit) tussentijdse uitkering dividend (art. 2:216 lid 2 (oud) BW/ art. 42 Fw). Onrechtmatig handelen en/of kennelijk onbehoorlijk bestuur (art. 6:162 en 2:248 lid 1 BW). Bijzondere regels van bewijslastverdeling (art. 43 en 45 Fw) hadden in casu moeten worden toegepast.
Partij(en)
Kelderman
Uitspraak
1. Feiten
Deze kwestie speelt zich zo te lezen af in een familiebedrijf, waarbij verschillende familieleden met verschillende BV’s in de weer zijn. Voor zover van belang voor het bespreken van het arrest is de situatie als volgt.
Kelderman is enig aandeelhouder en bestuurder van Kelderman Beheer B.V. (hierna: Beheer). Beheer richt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.