Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/9.4.9.3:9.4.9.3 Inhoud akkoord houdt geen nauw verband met beoogde herstructurering
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/9.4.9.3
9.4.9.3 Inhoud akkoord houdt geen nauw verband met beoogde herstructurering
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192805:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
517. In §4.7 kwam aan bod dat uit de notie dat het akkoord een verhaalsinstrument is, beperkingen ten aanzien van de inhoud voortvloeien. In §7.3.3 en 7.3.4 werden deze grenzen nader verkend en concludeerde ik op diverse plaatsen dat het uiteindelijk aan de rechter is om te beslissen of de voorgestelde wijzigingen onder dwang kunnen worden opgelegd aan de vermogenverschaffers die niet instemden met het akkoord. Wanneer de rechter concludeert dat de inhoud van het akkoord geen nauw verband houdt met de beoogde herstructurering, kan hij homologatie van het akkoord weigeren op grond van art. 384 lid 2 sub i Fw.