NJ 1947/198
Rb. 's-Gravenhage, 29-01-1946
Rb. 's-Gravenhage 29-01-1946, ECLI:NL:RBSGR:1946:10
- Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
- Datum
29 januari 1946
- Magistraten
Mrs. Jhr. Feith, Hilbringh Prins, Vliegenthart.
- Zaaknummer
[29011946/NJ_1947-198]
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Ondernemingsrecht / Economische ordening
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBSGR:1946:10, Uitspraak, Rechtbank 's-Gravenhage, 29‑01‑1946
- Wetingang
(BW art. 1637a, 1655-1689, 1639u,1679-1682; WvK art. 16.)
Samenvatting
Arbeidsovereenkomst niettegenstaande de ondergeschikte zekere vrijheden genoot (aldus ook: Ktg: ‘s-Hage, 4 Aug. 1943, N. J. 1944/45 no. 554).
Z.g. wachtgeld i.c. gelijk te stellen met de schadeloosstelling v. art. 1639r B.W., dus toepasselijkheid v. art. 1639u B.W. [Geen. strijd met de goede zeden]. Aanvang van den in laatstgemeld art. genoemden vervaltermijn: tijdstip v .h. vervallen der bedongen schadeloosstellingstermijnen.
Vennootschap onder firma i.c, ook al betreft ‘t een familie-maatschap (anders: Kantonr.).
Onbevoegdheid van den fungeerenden directeur, dus niet-gebondenheid der vennootschap en der mede-vennooten. (art. 1681
B. W.); wèl-aansprakelijkheid van dien directeur (als erfgenaam); matiging van de gevorderde ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.