Recht, plicht, remedie
Einde inhoudsopgave
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/8.3.3:8.3.3 De schadevergoeding in geld en de schadevergoeding in natura
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/8.3.3
8.3.3 De schadevergoeding in geld en de schadevergoeding in natura
Documentgegevens:
W.Th. Nuninga, datum 23-06-2022
- Datum
23-06-2022
- Auteur
W.Th. Nuninga
- JCDI
JCDI:ADS657413:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Amsterdam 6 augustus 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BN3398 (Familieschilderij).
Hof Arnhem-Leeuwarden 30 oktober 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:9497 (Zweefmolen).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De keuze tussen schadevergoeding in geld en schadevergoeding in natura wordt niet op dezelfde manier door de norm gedicteerd. Vanwege het discretionaire en subsidiaire karakter van die laatste vordering valt deze keuze minder systematisch te benaderen en gaat het meer om een aanwijzing dan een echte beperking. Toch is er wel iets van informatie uit de norm te putten. Omdat beide vorderingen een vergelijkbaar doel nastreven – namelijk het vergoeden van schade van de eiser – ligt een combinatie niet voor de hand: dubbele compensatie moet immers worden voorkomen. Toch vervullen ze niet precies hetzelfde doel: waar de schadevergoeding in geld de vergoedbare schade wegneemt, kan de schadevergoeding in natura daarnaast immaterieel nadeel vergoeden. In die zin zouden deze remedies kunnen worden gecombineerd. Cumulatie is denkbaar in die gevallen waar de schadevergoeding in geld één deel van de schade vergoedt en de schadevergoeding in natura een ánder deel. Twee voorbeelden kunnen deze grens wat concreter maken.
Neem het in hoofdstuk 4 besproken geval van de notaris die het familieschilderij als gevolg van een beroepsfout had toebedeeld aan de verkeerde erfgenaam.1 De Rechtbank Amsterdam achtte een veroordeling tot verwerving van het inmiddels doorverkochte schilderij gepast; alleen zo kon de eigenlijk gerechtigde erfgenaam volledig schadeloosgesteld worden. Als het de notaris lukt het schilderij te verwerven en over te dragen aan de juiste partij, dan is daarmee de kous af. De erfgenaam kan waarschijnlijk geen schade aanwijzen die hij heeft geleden door het gemist gebruik en is met de ontvangst van het schilderij volledig gecompenseerd. In zo’n geval ligt het niet voor de hand dat daarnaast nog een vordering tot schadevergoeding in geld wordt toegewezen.
Dat voorbeeld moet worden gecontrasteerd met het geval van de gestolen zweefmolen.2 Het ging daar om een broer en zus die afgifte vorderden van de door de gedaagde onrechtmatig in bezit genomen zweefmolen die zij onder eigendomsvoorbehoud van hun vader hadden verworven. Met deze afgifte is zowel het ideële nadeel als het verlies van een economisch waardevolle zaak vergoed. Tegelijkertijd hebben zij de zweefmolen waarschijnlijk enige tijd niet kunnen gebruiken. Zouden zij de gedaagde willen aanspreken tot monetaire vergoeding van de misgelopen inkomsten gedurende de tijd dat zij de zweefmolen niet konden gebruiken, dan moet dat mogelijk zijn. Een monetaire vergoeding van die schade zou de eiser niet meer bieden dan waar de norm hem recht op gaf en dus is er geen reden van deze cumulatie af te zien.