De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/6.2.2:6.2.2 Kosten van het onderzoek
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/6.2.2
6.2.2 Kosten van het onderzoek
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652320:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 16 augustus 1996 (r.o. 3.3.1), NJ 1997/37, m.nt. J.M.M. Maeijer (VHS).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voorheen ging de wettelijke regeling van het enquêterecht uit van financiering van de kosten van het onderzoek door de enquêteverzoeker, waarover par. 6.5.3. Sinds 1971 gaat de wet echter uit van financiering van de kosten van het onderzoek door de rechtspersoon waarnaar een enquête is bevolen. Art. 2:350 lid 3 BW bepaalt immers: ‘De rechtspersoon betaalt de kosten van het onderzoek’.
De rechtspersoon is volgens de Hoge Raad in VHS direct aansprakelijk voor de kosten van het onderzoek jegens de onderzoeker.1 De geënquêteerde rechtspersoon dient de kosten van het onderzoek in beginsel te financieren, waarvoor een rechtvaardiging kan worden gevonden in het daarvoor noodzakelijke voorlopig oordeel van de Ondernemingskamer dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid of juiste gang van zaken.2
Het uitgangspunt van art. 2:350 lid 3 BW is overigens niet absoluut. Ook anderen dan de rechtspersoon kunnen de kosten van het onderzoek financieren, naar mijn mening in beginsel echter alleen onverplicht (par. 6.4.3). Bovendien kunnen de kosten van het onderzoek door de rechtspersoon onder omstandigheden worden verhaald op de voet van art. 2:354 BW, waarover par. 7.6.2.