Verlofstelsels in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/7.5.d:7.5.d Recht op een eerlijk proces: toelichtingsvereiste
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/7.5.d
7.5.d Recht op een eerlijk proces: toelichtingsvereiste
Documentgegevens:
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS611949:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De tweede kwestie is of het toelichtingsvereiste dat de Hoge Raad in het kader van artikel 80a RO stelt, namelijk dat in bepaalde gevallen het belang bij het beroep en het belang bij nieuwe feitelijke behandeling van de zaak in de schriftuur moet worden toegelicht, wellicht een onaanvaardbare beperking is van het recht op access to court uit artikel 6 EVRM.
Het EHRM aanvaardt in het algemeen dat van de verdediging in beroep wordt verwacht dat het relevante feiten stelt en onderbouwt, dat de grieven voldoende precies zijn en verwijzingen bevatten naar beweerdelijk geschonden regels en dat de grieven een verzoek om een wenselijke uitkomst bevatten. Indien een schending van artikel 6 EVRM wordt vastgesteld, gebeurt dat in gevallen waarin de bezwaareis onredelijk strikt is toegepast.1 Bovendien lijkt het Hof relevant te vinden of de verdachte rechtsbijstand geniet – wat in cassatie zo is – en in hoeveel instanties de strafzaak is behandeld voordat het bezwaarvereiste van toepassing is – in cassatie doorgaans twee. Gelet op het voorgaande ligt het volgens mij niet voor de hand dat het toelichtingsvereiste in strijd komt met artikel 6 EVRM.
Daar staat tegenover dat de rechtspraak van het EHRM voor zover ik ontdekte niet de situatie betreft waarin de belangen van de verdachte bij het beroep en nieuwe feitelijke behandeling aannemelijk moeten worden gemaakt. De rechtspraak van het EHRM ziet vooral op toelichting van relevante feiten en vermeend geschonden rechtsregels.
Bovendien hanteert het EHRM bij de controle van bezwaarvereisten ook als relevant gezichtspunt of de toepassing van het bezwaarvereiste voorzienbaar is. Betoogd kan worden dat het 80a-toelichtingsvereiste onvoldoende voorzienbaar is, zowel wat reikwijdte als inhoud betreft. Het toelichtingsvereiste is namelijk van toepassing in “voorkomende gevallen” waarin het belang bij het cassatieberoep “niet evident” is, aldus de Hoge Raad, hetgeen verder niet is verduidelijkt.2 Bovendien lijken onder het belangcriterium tal van gezichtspunten een rol te spelen: de subsidiariteit van het beroep, rechtsverwerking, nadeel en de vraag of een wezenlijk of significant andere uitkomst of straf kan worden verwacht.3 Een duidelijke lijn over wanneer onvoldoende belang bij het beroep bestaat en wanneer niet, heeft de Hoge Raad niet gemarkeerd. Uitdrukkelijk niet zelfs, omdat volgens de Hoge Raad toepassing van het belang-criterium sterk samenhangt met de omstandigheden van het geval en ruimte moet bestaan voor ontwikkeling van de maatstaven in de toekomst.4 Dus ook in de gevallen van 80a-toepassing die uitgebreid worden opgesomd in het overzichtsarrest van 7 juni 2016, is niet uitgesloten dat als de feiten iets anders liggen toch toelating tot cassatie plaatsvindt. Is gelet hierop wel voorzienbaar wat van de verdediging wordt verwacht aan toelichting op het belang bij het beroep?
Ik sluit niet uit dat grondige analyse van de rechtspraak van de Hoge Raad duidelijkheid kan scheppen over reikwijdte en inhoud van het toelichtingsvereiste – dit is niet de plaats daarvoor – maar een advocaat heeft ten minste enkele aanknopingspunten om het toelichtingsvereiste in een klacht bij het EHRM als onvoldoende voorzienbaar uiteen te zetten.