Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/5.3.3.2
5.3.3.2 Intercommunales
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630595:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Voetnoten
Voetnoten
Intercommunales zijn intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en projectverenigingen. De intercommunales dienden ook een bronheffing in te houden op dividenden die ze aan privéaandeelhouders uitkeerden. Dividenden die ze uitkeerden aan overheden en dergelijke waren niet onderworpen aan deze bronheffing.
Federaal regeerakkoord, 9 oktober 2014, 78.
De Programmawet is geïnspireerd op de wetgeving die eerder uitgewerkt werd voor de overgang naar de vennootschapsbelasting van Bpost, de Nationale Loterij en Euronext Brussel. Smet, Van den Berghe en Verdonck.
Onder reserves wordt verstaan de in de onbelaste periode opgebouwde winstreserves, al dan niet geïncorporeerd in kapitaal, en de voorzieningen door risico’s en kosten die zijn geboekt in de jaarrekening.
Artikel 26,5° Programmawet: de in hoofde van de intercommunale, het samenwerkingsverband of de projectvereniging in aanmerking te nemen afschrijvingen, min- of meerwaarden op activa worden bepaald alsof de intercommunale, het samenwerkingsverband of de projectvereniging altijd aan de vennootschapsbelasting onderworpen is geweest.
Circulaire AAFisc Nr. 10/2016 (nr. Ci.700.544) dd. 04.04.2016.
Artikel 26, 4° Programmawet: definitieve verliezen op activa, die worden verwezenlijkt door de intercommunale, het samenwerkingsverband of de projectvereniging in de zin van artikel 49 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 tijdens een aanslagjaar dat aanvangt vanaf de eerste dag van het aanslagjaar vanaf wanneer de intercommunale, het samenwerkingsverband of de projectvereniging aan de vennootschapsbelasting is onderworpen en die het voorwerp hebben uitgemaakt van een waardevermindering geboekt tijdens een aanslagjaar waarvoor de intercommunale, het samenwerkingsverband of de projectvereniging aan de rechtspersonenbelasting was onderworpen, zijn als beroepskosten aftrekbaar voor het aanslagjaar gedurende hetwelk deze werden gerealiseerd.
Dit is geïllustreerd aan de hand van het volgende voorbeeld: ’Een intercommunale die voorheen aan de RPB was onderworpen, verkoopt een niet afschrijfbaar vast actief. Boekhoudkundige verwerking (de btw wordt buiten beschouwing gelaten) Aanschaffingswaarde 5.000, Geboekte waardevermindering 1.000, Verkoopprijs 3.800, boekhoudkundig resultaat: 3.800 - (5.000 - 1.000) = -200. Fiscale verwerking: Boekhoudkundig resultaat: -200. Gevolg van de aanpassing in meer van de begintoestand van de reserves: 1.000 Fiscaal resultaat: - 1.200 Het fiscale resultaat bedraagt -1.200 euro en stemt overeen met het totale bedrag van de gerealiseerde minderwaarde indien de intercommunale tijdens het RPB-regime geen waardevermindering zou hebben geboekt. De aanpassing in de begintoestand van de reserves heeft tot gevolg dat het al dan niet boeken van een waardevermindering, in de periode waarvoor de intercommunale aan de RPB was onderworpen, geen invloed heeft op het fiscale resultaat in de VenB.’.
De onaantastbaarheidsvoorwaarde heeft betrekking op het aanhouden van een reserve op de creditzijde van de balans voor een bepaalde duur zonder dat deze kan aangewend worden voor uitkering of overboeking naar een andere post van het passief.
Smet, Van den Berghe en Verdonk.
In 2015 is in België de wet gewijzigd als gevolg waarvan de zogenoemde intercommunales niet langer automatisch onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting.1 Indien zij zich bezighouden met verrichtingen van winstgevende aard zijn ze vennootschapsbelastingplichtig en is sprake van een sfeerovergang van de rechtspersonenbelasting naar de vennootschapsbelasting. De reden achter de wetswijziging was de wens van de regering om te zorgen voor een eerlijke fiscale concurrentie tussen de privésector en de overheidssector.2 Als gevolg van de wetswijzigingen zijn de intercommunales die een onderneming uitbaten of die zich bezighouden met het verrichten van werkzaamheden van winstgevende aard, onderworpen aan de vennootschapsbelasting. Zoals voor alle andere vennootschappen in België zal de belastbare winst worden bepaald aan de hand van de boekhoudkundige winst, waarop vervolgens enkele fiscale aanpassingen worden gemaakt. In de zogenoemde Programmawet is nader ingegaan op de fiscale gevolgen van een overgang van een intercommunale van de rechtspersonenbelasting naar de vennootschapsbelasting.3 Met name de belastingheffing over de (latente) meerwaarde op vermogensbestanddelen en de aftrekbaarheid van verliezen uit de Programmawet zijn interessant in het kader van dit onderzoek.
De Programmawet bepaalt dat de reserves die de intercommunales hebben opgebouwd onder het regime van de rechtspersonenbelasting, niet worden beschouwd als belaste reserves.4 Belaste reserves hebben hun eigen fiscaal regime al ondergaan. Over deze belaste reserves hoeft derhalve geen vennootschapsbelasting meer te worden voldaan, omdat deze al aan de rechtspersonenbelasting zijn onderworpen geweest. Een niet belaste reserve is nog niet in de heffing betrokken.
De Programmawet bepaalt ook dat de afschrijving, meer- of minderwaarde op activa moet worden bepaald alsof de intercommunale altijd aan de vennootschapsbelasting was onderworpen.5 Hierdoor wordt het gehele verkoopresultaat aan de belastingplichtige periode toegerekend. Dat betekent dat ook de latente meerwaarde die is ontstaan in de rechtspersonenbelasting periode, is onderworpen aan vennootschapsbelasting. In de Belgische literatuur is dit verduidelijkt aan de hand van het volgende voorbeeld:
‘Een intercommunale koopt in 2000 een gebouw voor 1.000.000 euro dat lineair over 25 jaar wordt afgeschreven. De intercommunale is vanaf het aj. 2016 onderworpen aan de VenB. De jaarlijkse fiscaal aanvaarde afschrijvingen bedragen 40.000 euro. In 2030 wordt het gebouw verkocht voor 250.000 euro.
Op het ogenblik van de verkoop is het gebouw volledig afgeschreven en bijgevolg is de meerwaarde gelijk aan 250.000 euro, die in principe volledig in de VenB zal belastbaar zijn voor het aj. 2031.6
De Programmawet bevestigt ook de algemene Belgische regel dat minderwaarden op activa aftrekbaar zijn in het jaar van realisatie.7 Indien op een vermogensbestanddeel reeds een waardevermindering is verantwoord in een voorafgaand jaar in de jaarrekening, wordt een eventuele terugname van de waardevermindering naar aanleiding van de realisatie fiscaal vrijgesteld door middel van een verhoging van de begintoestand van de reserves. Hierdoor wordt per saldo het vermogensverlies in aanmerking genomen op het moment van realisatie, ongeacht in welke periode dit verlies in de jaarrekening tot uitdrukking is gebracht.8 Tot slot is nog van belang dat voorzieningen voor risico’s en kosten die zijn gevormd toen de intercommunale nog was onderworpen aan de rechtspersonenbelasting worden vrijgesteld, mits aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde wordt voldaan.9 Voor deze kosten geldt dat ze aftrekbaar zijn wanneer ze worden betaald. Ook al hebben de kosten betrekking op de periode voor aanvang van de vennootschapsbelasting.
In de Belgische fiscale literatuur is opgemerkt dat er een duidelijke en gedetailleerde regeling voor de overgang van de rechtspersonenbelasting naar de vennootschapsbelasting is. De regelgeving heeft echter ook tekortkomingen. Zo worden in het verleden opgebouwde stille reserves gelijkgesteld met onbelaste reserves. Op het moment dat deze stille reserves worden gerealiseerd vindt er heffing plaats over het gehele voordeel, ook als het voordeel is ontstaan voor de onderworpenheid aan de vennootschapsbelastingheffing.10