V-N 2019/54.29
Arrest-IN en JM: Hof van Justitie EU hoeft niet te antwoorden op vragen over bruikbaarheid onrechtmatig verkregen bewijs
HvJ EU 24-10-2019, ECLI:EU:C:2019:895, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws (Belgische Staat)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
24 oktober 2019
- Magistraten
Regan, Jarukaitis, Juhász, Ilešič, Lycourgos
- Zaaknummer
C-469/18
C-470/18
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Roepnaam
Belgische Staat
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS111282:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Fiscaal procesrecht / Bewijs
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2019:895, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 24‑10‑2019
ECLI:EU:C:2019:597, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie (Advocaat-Generaal), 11‑07‑2019
Essentie
Het Hof van Justitie EU verklaart de verzoeken van de Belgische rechter niet-ontvankelijk. Het EU-recht bevat namelijk geen regels over de wijze van bewijsvoering op btw-gebied. Het is dan aan de lidstaten is om dergelijke regels vast te stellen
Samenvatting
IN en JM zijn gedelegeerd bestuurder van trading- en distributiebedrijven in computers en computeronderdelen in België. In het kader van een strafrechtelijk onderzoek verstrekken de Luxemburgse autoriteiten inbeslaggenomen bankdocumenten van een Luxemburgse bank aan de Belgische rechtshandhavingsinstanties, echter zonder daartoe te beschikken over de vereiste goedkeuring van een Luxemburgse rechter. De documenten worden vervolgens ter hand gesteld aan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.