NJB 2026/195
Ouderlijk recht op omgang. Het hof ontzegt een moeder het recht op omgang met haar 14-jarige dochter. Hoge Raad: In het licht van het procesverloop en de hoge motiveringseisen die gelden voor een ontzegging van het recht op omgang, heeft het hof zijn oordeel dat aan de moeder het recht op omgang wordt ontzegd, ontoereikend gemotiveerd. Niet blijkt dat het hof heeft onderzocht of de omgang in enigerlei vorm behouden zou kunnen blijven, door bijvoorbeeld een beperking in de frequentie aan te brengen of door daaraan – al dan niet deels – een andere vorm te geven.
HR 16-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:61
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 januari 2026
- Magistraten
Mrs. H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, K. Teuben
- Zaaknummer
25/00915
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:61, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1137, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑10‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑03‑2025
- Wetingang
(art. 8 EVRM; art. 1:377a lid 1 en 3 aanhef en onder c en d BW)
Essentie
Ouderlijk recht op omgang. Het hof ontzegt een moeder het recht op omgang met haar 14-jarige dochter. Hoge Raad: In het licht van het procesverloop en de hoge motiveringseisen die gelden voor een ontzegging van het recht op omgang, heeft het hof zijn oordeel dat aan de moeder het recht op omgang wordt ontzegd, ontoereikend gemotiveerd. Niet blijkt dat het hof heeft onderzocht of de omgang in enigerlei vorm behouden zou kunnen blijven, door bijvoorbeeld een beperking in de frequentie aan te brengen of door daaraan – al dan niet deels – een andere vorm te geven.
Partij(en)
De moeder, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.