Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/4.1:4.1 Inleiding
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633564:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit hoofdstuk staat in het teken van de relatie tussen de overheid en rsl. Daartoe bespreek ik welke voor mijn onderzoek relevante internationale1 en nationale grondrechten openstaan voor aanhangers en organisaties van rsl. Het gaat om de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, de vrijheid van vereniging, het recht op privacy en het recht op het genieten van al deze vrijheden zonder enige vorm van discriminatie. Deze vrijheden en fundamentele rechten onderzoek ik op drie niveaus: universeel, Europees en Nederlands niveau. De inhoud van dit hoofdstuk vormt een belangrijke stap tot de beantwoording van de vraag wat de invloed van grondrechten is op de fiscale behandeling van rsli’s.
Drie constitutionele noties staan centraal bij het onderzoek naar de verhouding tussen de staat en rsl(i). Daarom volgt eerst een uiteenzetting van die kernbegrippen, waarvan er twee weliswaar niet in de Nederlandse (grond)wet voorkomen, maar daarin wel impliciet verankerd zijn. Het gaat allereerst om het beginsel van de scheiding van kerk en staat, dat als een noodzakelijke voorwaarde voor godsdienstvrijheid geldt.2 Enerzijds bestaat de scheiding van kerk en staat, maar anderzijds zijn er fiscale faciliteiten voor rsli. Is er frictie hiertussen? Fiscale faciliteiten vormen immers ook een soort overheidsbemoeienis. Een ander leidend beginsel is dat van de neutraliteit van de staat ten opzichte van godsdienst en levensovertuiging. Tot slot bestaat het beginsel van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, dat expliciet in de Nederlandse grondwet als grondrecht is vastgelegd. Ook het gelijkheidsbeginsel speelt een belangrijke rol, maar dit beginsel is vervat in de drie rechtsbeginselen. Deze fundamentele rechtsbeginselen en het grondrecht op privacy maken deel uit van mijn in hoofdstuk 1 ontwikkelde toetsingskader.
Hoewel in dit hoofdstuk veelal godsdienst en – in mindere mate – levensbeschouwing worden genoemd, gaat het een en ander mutatis mutandis ook op voor spiritualiteit.