Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen in Nederland, Noorwegen en Zweden
Einde inhoudsopgave
Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen (SteR nr. 2) 2011/II.2.1:2.1 Inleiding
Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen (SteR nr. 2) 2011/II.2.1
2.1 Inleiding
Documentgegevens:
L.A. Kjellevold Hoegee, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
L.A. Kjellevold Hoegee
- JCDI
JCDI:ADS579563:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Door de op 10 oktober 2010 ingevoerde staatkundige hervorming van de Antillen hebben de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten de status van land binnen het Koninkrijk krijgen. De eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn een soort gemeenten van Nederland. Het land de Nederlandse Antillen is opgeheven.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Samen met de Caribische eilanden Aruba, Curaçao, Bonaire, St. Maarten, St. Eustatius en Saba maakt Nederland deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden.1 In dit boek komt alleen het land Nederland aan de orde.
Met een oppervlakte van 41.528 km² en ruim 16 miljoen inwoners is Nederland een van de dichtstbevolkte landen in de wereld. De regeringsvorm van de centrale overheid is die van een constitutionele monarchie. Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen territoriale en functionele decentralisatie. De functionele decentralisatie wordt verwezenlijkt door doelcorporaties. Dit zijn openbare lichamen waarvan de taak beperkt is tot bepaalde belangen. Tot de doelcorporaties behoren de waterschappen, de (hoofd)productschappen en de (hoofd) bedrijfschappen. Deze vorm van decentralisatie wordt in het vervolg buiten beschouwing gelaten. Bij territoriale decentralisatie bezitten de ambten van de gedecentraliseerde overheidsverbanden binnen een bepaald territoir een algemene regelgevende bevoegdheid en bevoegdheid tot bestuur. Dit is het geval bij de provincies en de gemeenten.
De tweede paragraaf van dit hoofdstuk (2.2) bevat een beknopte schets van de geschiedenis van het Nederlandse bestuur. Daaruit zal onder andere blijken dat het decentrale bestuur in Nederland een lange geschiedenis kent. In paragraaf 2.3 volgt een bespreking van de huidige organisatie van het openbaar bestuur. Hier worden eerst de ambten en bevoegdheden van het centrale bestuur besproken, waarna nader wordt ingegaan op de twee belangrijkste Nederlandse gedecentraliseerde overheidverbanden: de provincie en de gemeente.