RAV 2023/73
Bestuurdersaansprakelijkheid. Heeft het hof de tegen de bestuurders door de curator ingestelde vordering als Peeters/Gatzen-vordering mogen kwalificeren, ondanks het andersluidende petitum in hoger beroep?
HR 23-06-2023, ECLI:NL:HR:2023:967
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 juni 2023
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, G.C. Makkink
- Zaaknummer
22/00110
- Conclusie
A-G mr. B.J. Drijber
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS717208:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Octrooirecht
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:967, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑06‑2023
ECLI:NL:PHR:2022:1076, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑11‑2022
- Wetingang
Art. 6:162 BW; art. 68 lid 1 Fw; art. 24 Rv
Essentie
Bestuurdersaansprakelijkheid. Grenzen rechtsstrijd. Peeters/Gatzen-vordering. Uitleg vordering.
Heeft het hof de tegen de bestuurders door de curator ingestelde vordering als Peeters/Gatzen-vordering mogen kwalificeren, ondanks het andersluidende petitum in hoger beroep?
Samenvatting
Deze kwestie heeft geleid tot twee vrijwel identieke arresten van de Hoge Raad van dezelfde datum (zie ook: ECLI:NL:HR:2023:968). De achtergrond is als volgt. De bestuurders van de gefailleerde vennootschappen hebben kort voor faillissement enkele patenten verkocht en de opbrengst verrekend met de schuld bij de bank. Daarop is door de vennootschap zelf faillissement aangevraagd. Na faillissement heeft de curator de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.