Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/III.C.4
III.C.4. Stemrecht op aandelen
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS403781:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
VAN DER HEIJDEN-VAN DER GRINTEN, Zwolle: WE.J. Tjeenk Willink 1992, nr. 201en nr. 212.KLAASSEN-LUIJTEN-MEIJER, Erfrecht, Deventer: Kluwer 2002, nr.352, ASSER-PERRICK 6B, Erfrecht en schenking, Deventer: Kluwer 2005, nr. 516 waar de navolgende conclusie wordt getrokken. Dat indien tot de nalatenschap behoort het geheel geplaatste kapitaal van een onroerend goed-vennootschap en de statuten van die vennootschap bepalen dat voor de vervreemding van de onroerende zaken de goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders vereist is, de executeur het besluit tot goedkeuring kan nemen. Wat de geldigheid van het besluit betreft, sluit ik mij hier graag bij aan, zij het dat de executeur in het kader van de rekening en verantwoording zijn besluit in de interne rechtsverhouding aan zijn achterban dient te verantwoorden. Er wordt in dit laatste handboek ook op gewezen dat een executeur bevoegd en verplicht is om een statutaire aanbiedingsverplichting na te komen. Zie ook Rechtbank Roermond26 februari 1987, NJ 1988, 249 waarin de rechtbank bepaalt: 'Deelgenoten vormen een collectiviteit op basis van deelgerechtigdheid. Alleen als zodanig kunnen zijbesluiten nemen dan wel beheersdaden - zoals het uitoefenen van stemrecht - plegen. Ook de besluitvorming omtrent een handeling als het uitoefenen van stemrecht geschiedt derhalve gezamenlijk. Indien geen andere regeling is getroffen - en daarvan is i.c. niet gebleken - kan derhalve een zodanig besluit niet tot stand komen anders dan met instemming van alle deelgenoten.', alsmede A.C.J VAN HEUSDEN, Uitoefening van stemrecht op aandelen door executeurs-testamentair, WPNR (1950) 4147 die de materie nuanceert: 'Een interim regering of demissionair kabinet zal geen ingrijpende hervormingen op zijn program plaatsen. Evenzo zal de executeur zich onthouden van alle ingrijpende maatregelen die niet noodzakelijk zijn voor directe instandhouding van het beheerde vermogen, hetzijhem uitdrukkelijk in het testament zijn opgedragen.'
ASSER-MAEIJER 2-III, De naamloze en de besloten vennootschap, Deventer: WE.J. Tjeenk Willink 2000, nr. 289.
ASSER-MAEIJER 2-III, De naamloze en de besloten vennootschap, Deventer: WE.J. Tjeenk Willink 2000, nr. 280. Hijwordt bijgevallen door G.VAN SOLINGE, Stemvolmacht aan de pandhouder zonder stemrecht, Vertegenwoordiging en tussenpersonen, Deventer: WE.J. Tjeenk Willink 1999, Serie Onderneming en Recht deel 17, p. 126 noot 32. Voor 'de wettelijk erkende bewindvoerders' merkt Maeijer op dat onder de bevoegdheid tot beheer valt het uitoefenen van het vergader- en stemrecht verbonden aan de aandelen die onder het bewindvallen.
Anders W.G. HUIJGEN, Economische eigendom van aandelen: het vennootschapsrecht opzij gezet,WPNR (1995) 6166, p. 66 waar hij in noot 17 opmerkt dat uit de parlementaire geschiedenis en art. 7:424 BW blijkt dat de toepassing van de privatieve lastgeving niet beperkt is tot een bepaaldrechtsgebieden derhalve ook in het vennootschapsrecht kan worden toegepast. A.F.J.A. LEIJTEN, Privatieve lastgeving en trustachtige verhoudingen, Vertrouwd met de Trust, Serie Onderneming en recht deel 5, Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink 1996, p. 426 wijst erop dat ingevolge art. 2: 25 BWalle bepalingen uit Boek 2 BW van dwin-gendrecht zijn, tenzij uitdrukkelijk anders bepaaldis.
Zo ook W.G. HUIJGEN, Economische eigendom van aandelen: het vennootschapsrecht opzijgezet,WPNR (1995) 6166, p. 66 merkt met betrekking tot de privatieve last tot het uitoefenen van alle rechten betreffende aandelen op: 'In dat geval is de juridisch eigenaar niet meer bevoegdom bijvoorbeeldzelf het voorkeursrecht bij emissie van aandelen uit te oefe nen. De economisch eigenaar kan dat doen op eigen naam [...]. Overigens is, indien zo'n privatieve last is verleend, de juridisch eigenaar der aandelen zelfook niet meer bevoegd tot het uitbrengen van zijn stem in de algemene vergadering of tot inning van het dividend. Wanneer de economisch eigenaar mededeling doet van zo'n algemene privatieve last aan de vennootschap dient deze voor de duur van de economisch eigendom steeds het dividend te betalen aan de economisch eigenaar en - mijns inziens - deze uit te nodigen voor de algemene vergadering van aandeelhouders. Aangezien immers de vennootschap dan op de hoogte is van die privatieve last kan deze haar steeds worden tegengeworpen.' Mijns inziens geldt, gelet op de ware aard, mutatis mutandis hetzelfde voor executele.
PW VAN DER PLOEG, Testamentair bewind(diss. Leiden), Amsterdam: De Bezige Bij 1945, p. 187. In noot 2 trekt hijde navolgende interessante conclusie: 'De aanhangers van de leer van het eigen recht van den bewindvoerder brengt de bepaling van art. 44bK., dat slechts aandeelhouders stemrecht hebben, in moeilijkheden'.Van der Heyden, t.a.p, roept de figuur van den fiduciairen eigendom te hulp, om den bewindvoerder aan het stemrecht te helpen; de bewindvoerder is volgens dezen schrijver als fiduciaire eigenaar van de aandelen te beschouwen. Eggens, t.a.p., noemt den bewindvoerder met betrekking tot de aandelen onder bewind 'aandeelhouder'. (Curs. BS)
Een vraag die in het kader van de beheersbevoegdheid van de executeur nog al eens gesteld wordt, is de vraag of de executeur bevoegd is om het stemrecht op de tot de nalatenschap behorende aandelen uit te oefenen. Gaat men er, zoals de heersende leer,1 vanuit dat het uitoefenen van het stemrecht steeds een beheershandeling is, ongeacht het besluit waarover gestemd wordt, dan is het antwoord eenvoudig en met deze gedachte reeds gegeven. Men zou het antwoord echter nog kunnen nuanceren indachtig de gevonden ware aard van executele.
Indien de executeur bij het uitbrengen van zijn stem handelt als vertegenwoordiger van de rechtsopvolgers onder algemene titel van erflater als bedoeld in art. 4:145 lid 2 BW, mag de rechtspersoon en het rechtsverkeer er vanuit gaan dat de stem rechtsgeldig is uitgebracht. Dat wat het externe aspect betreft. Iets anders is weer de vraag of de executeur op grond van de quasi-overeenkomst wellicht overleg hadmoeten voeren over de wijze waarop de stem wordt uitgebracht. Over zijn'stemgedrag' zal hij immers rekening en verantwoording moeten afleggen. De problematiek is vergelijkbaar met de problematiek rond een stemovereenkomst. Ook al handelt een aandeelhouder in strijd met een stemovereenkomst, dan nog is de stem in beginsel geldig uitgebracht en pleegt de aandeelhouder 'slechts' wanprestatie.2
Maeijer3stelt zich op het standpunt dat de privatief lasthebber het stemrecht niet voor rekening van een lastgever op eigen naam kan uitoefenen.4 Gelet op de ware aard van executele merk ik echter op dat een executeur in zijn hoedanigheid van quasi-privatief lasthebber als een onmiddellijk vertegenwoordiger gezien wordt. Zie ook art. 2:13 lid 2 BW waar geregeld is dat het stemrecht van een onbekwame aan zijn wettelijk vertegenwoordiger toekomt. Het privatieve karakter van executele maakt mijn inziens de erfgenaam in beginsel onbevoegd om de vergader-en stemrechten uit te oefenen gedurende de executele (art. 4:145 lid 1 BW).5 Krachtens erfrecht verkregen aandelen behoren immers tot de goederen van de nalatenschap en vallen derhalve onder zijn beheer. In het licht van het bewindsaspect van executele is nog het volgende van belang. Van der Ploeg is van mening dat een bewindvoerder voor de onder bewind staande aandelen de aandeelhoudersrechten uitoefent, dus ook het stemrecht. Hij benadrukt dat een bewindvoerder niet handelt krachtens eigen recht, doch als vertegenwoordiger van de rechthebbende.6