NJ 2025/315
Onjuist oordeel dat geen toepassing wordt gegeven aan art. 63 Sr, nu eerdere veroordeling wegens medeplegen moord nog niet onherroepelijk is.
HR 13-05-2025, ECLI:NL:HR:2025:722, m.nt. P.A.M. Mevis
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 mei 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, T. Kooijmans
- Zaaknummer
24/00620
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Noot
P.A.M. Mevis
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD36176:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:722, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:336, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 27‑08‑2024
- Wetingang
Essentie
Het oordeel van het hof dat het geen toepassing zal geven aan art. 63 Sr is, omdat een eerdere veroordeling van verdachte wegens medeplegen moord nog niet onherroepelijk is, geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
Samenvatting
Dit geval wordt hierdoor gekenmerkt dat het hof de verdachte heeft veroordeeld voor een feit waarop als zodanig (ter vrije keuze van de rechter) levenslange gevangenisstraf of tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste dertig jaren is gesteld. De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit HR 19 februari 2013, NJ 2013/436, m.nt. N. Keijzer en HR 17 september 2013, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.