NJB 2020/2020
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Machtiging tot voortzetting crisismaatregel. Ontvankelijkheid. Hoge Raad: Voor de ontvankelijkheid van de officier van justitie in zijn verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel is niet van belang of de burgemeester bevoegd was de crisismaatregel te nemen
HR 17-07-2020, ECLI:NL:HR:2020:1314
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
17 juli 2020
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh
- Zaaknummer
20/01416
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
Staatsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1314, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 17‑07‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:611, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 15‑06‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑04‑2020
- Wetingang
Essentie
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Machtiging tot voortzetting crisismaatregel. Ontvankelijkheid. Hoge Raad: Voor de ontvankelijkheid van de officier van justitie in zijn verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel is niet van belang of de burgemeester bevoegd was de crisismaatregel te nemen
Partij(en)
Betrokkene, adv. mr. G.E.M. Later, vs. de officier van justitie, adv. mr. M.M. van Asperen.
Uitspraak
Feiten en procesverloop
De burgemeester van Rotterdam heeft een crisismaatregel genomen ten aanzien van betrokkene. Betrokkene bevond zich op dat moment in Capelle aan den IJssel. In dit geding heeft de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.