NJB 2012/2106
Procesrecht. De rechtbank heeft een incidentele vordering tot afgifte van beeld- en geluidmateriaal toegewezen en de beslissing in de hoofdzaak aangehouden. In het hoger beroep tegen het incidentele vonnis weigert het hof appellant toe te laten tot pleidooi. Het hof verklaart appellant niet-ontvankelijk op de grond dat (volgens het hof) tussentijds appel niet is opengesteld en er daarom een wettelijk appelverbod geldt, waarbij de aangevoerde doorbrekingsgrond wordt verworpen. HR: 1. Openstelling. Het oordeel dat tussentijds appel niet is opengesteld, is onjuist. 2. Recht op pleidooi. Incident. In beginsel hebben partijen recht op pleidooi in het incident. 3. Tussentijds appel. De ‘doorbrekingsjurisprudentie’ is niet van toepassing in het geval van art. 337 lid 2 Rv dat de bevoegdheid tot appel niet uitsluit, maar slechts het moment regelt waarop deze bevoegdheid kan worden uitgeoefend. 4. Doorbrekingsgronden. De doorbrekingsgrond betreffende de veronachtzaming van een fundamenteel rechtsbeginsel doet zich niet voor als de lagere rechter een onjuist oordeel heeft gegeven, ook al betreft dat oordeel art. 10 EVRM
HR 28-09-2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0598 (TROS/Pretium Telecom)
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
28 september 2012
- Magistraten
(Mrs. F.B. Bakels, A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, C.E. Drion en G. Snijders; A-G mr. J.L.R.A. Huydecoper)
- Zaaknummer
11/03974
- LJN
BX0598
- Roepnaam
TROS/Pretium Telecom
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
Burgerlijk procesrecht / Eerste aanleg
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2012:BX0598, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 28‑09‑2012
ECLI:NL:HR:2012:BX0598, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 28‑09‑2012
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑08‑2011
- Wetingang
Rv art. 134, 208 lid 1, art. 337 lid 2 en art. 353 lid 1; EVRM art. 10
Essentie
Procesrecht. De rechtbank heeft een incidentele vordering tot afgifte van beeld- en geluidmateriaal toegewezen en de beslissing in de hoofdzaak aangehouden. In het hoger beroep tegen het incidentele vonnis weigert het hof appellant toe te laten tot pleidooi. Het hof verklaart appellant niet-ontvankelijk op de grond dat (volgens het hof) tussentijds appel niet is opengesteld en er daarom een wettelijk appelverbod geldt, waarbij de aangevoerde doorbrekingsgrond wordt verworpen. HR: 1. Openstelling. Het oordeel dat tussentijds appel niet is opengesteld, is onjuist. 2. Recht op pleidooi. Incident. In beginsel hebben partijen recht op pleidooi in het incident. 3. Tussentijds appel. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.