Vonnis van de kinderrechter d.d. 14 november 2023, in de zaak met parketnummer 08/256285-23.
HR, 15-10-2024, nr. 23/04420 B
ECLI:NL:HR:2024:1452
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15-10-2024
- Zaaknummer
23/04420 B
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2024:1452, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑10‑2024; (Cassatie, Beschikking)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:671
ECLI:NL:PHR:2024:671, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑07‑2024
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2024:1452
- Vindplaatsen
Uitspraak 15‑10‑2024
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op elektrische step onder klager t.z.v. schuldheling. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Beslissing op beslag in strafzaak na niet-ontvankelijkverklaring klaagschrift. HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR beroep niet in behandeling nemen. CAG: Met beslissing van kinderrechter, waarin klager is veroordeeld voor schuldheling van e-step, is ook beslissing gegeven over beslag op e-step en teruggave hiervan gelast aan rechthebbende (aangever van diefstal). Door beslissing over beslag in strafzaak kan op klaagschrift geen (andersluidend) oordeel meer volgen. Klager n-o.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04420 B
Datum 15 oktober 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel van 8 november 2023, nummer RK 23/024123, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,
hierna: de klager.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft N. Roos, advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat de klager niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 oktober 2024.
Conclusie 02‑07‑2024
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op e-step onder klager. Conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van klager in het cassatieberoep, omdat inmiddels in de strafzaak is beslist tot teruggave van de e-step aan de redelijkerwijs als rechthebbende aan te merken persoon.
Partij(en)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/04420 B
Zitting 2 juli 2024
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,
hierna: de klager
1. Het cassatieberoep
1.1
De rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, heeft bij beschikking van 8 november 2023 de klager niet-ontvankelijk verklaard in het op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift strekkende tot teruggave aan hem van een in beslag genomen e-step.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en N. Roos, advocaat in Rotterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
1.3
In het middel wordt het oordeel van de rechtbank dat de klager niet-ontvankelijk is in zijn klaagschrift bestreden. Aan dit oordeel ligt ten grondslag dat de rechtbank heeft vastgesteld dat het beslag reeds op de dag van inbeslagname is geëindigd, doordat de e-step – nadat de klager hiervan afstand had gedaan – aan de rechthebbende is teruggegeven. In de schriftuur wordt aangevoerd dat de teruggave van de e-step niet conform een wettelijke regeling heeft plaatsgevonden en dat de rechtbank de klager daarom ontvankelijk had moeten verklaren in zijn beklag.
2. Ontvankelijkheid in het cassatieberoep
2.1
Ik kom niet toe aan de bespreking van het middel. Dit houdt verband met het volgende.
2.2
Uit bij de rechtbank ingewonnen inlichtingen blijkt dat inmiddels door de kinderrechter een vonnis is gewezen in de met het beslag samenhangende strafzaak, waarin de klager is veroordeeld voor schuldheling van de e-step in kwestie.1.In dit vonnis heeft de kinderrechter ook een beslissing gegeven over het beslag op de e-step en teruggave hiervan aan de rechthebbende (de aangever van diefstal) gelast.
2.3
Dat betekent dat de klager niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep op grond van de omstandigheid dat door de strafrechter inmiddels over het beslag is beslist. De aard van de beklagprocedure, die slechts ertoe strekt een voorlopig rechterlijk oordeel over het beslag te verkrijgen, brengt in zo’n geval met zich dat op het klaagschrift geen (andersluidend) oordeel meer kan volgen. Daartoe is niet van belang of die beslissing al dan niet onherroepelijk is.2.
3. Conclusie
3.1
Deze conclusie strekt ertoe dat de klager niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 02‑07‑2024
Zie onder meer HR 4 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:1022, NJ 2023/267 m.nt. Mevis.