Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/6.4:6.4 Conclusie
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/6.4
6.4 Conclusie
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS607839:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
Onbekend (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk is onderzocht waarom ‘verbondenheid’ relevant is voor de heffing van inkomstenbelasting, en op welke plaats en welke wijze hier in de Wet IB 2001 rekening mee wordt gehouden. Ten aanzien van een aantal thema’s in de inkomstenbelasting geldt dat gelieerdheid wel een rol speelt, maar dat dit niet wettelijk is omschreven. Dit is het geval bij het ‘grootkoopmanschap’, de regeling van art. 3.63 Wet IB 2001 voor bedrijfsoverdrachten aan een medeondernemer of werknemer en de ‘uiteindelijk gerechtigde’ tot dividenden. Voorts zijn er ruim tien verschillende, wettelijk gedefinieerde verbondenheidsbegrippen te vinden in de Wet IB 2001. Deze begrippen kunnen niet zonder meer met elkaar worden vergeleken. Zo moet rekening worden gehouden met begrippen die duiden op de relatie tussen natuurlijke personen en begrippen waarbij de verbondenheid met een lichaam wordt bedoeld. Voorts is de gelieerdheid die bijvoorbeeld ligt besloten in het begrip ‘partner’ in de zin van art. 1.2 Wet IB 2001, van een andere orde dan die in het begrip ‘verbonden persoon’ in de zin van art. 3.91 en 3.92 Wet IB 2001: het begrip ‘partner’ heeft een beperktere reikwijdte dan de term ‘verbonden persoon’. Bovendien verschilt de functie van de begrippen.
In onderstaand schema zijn de conclusies opgenomen die uit de analyse van de wettelijk omschreven verbondenheidsbegrippen in de Wet IB 2001 kunnen worden getrokken. Per begrip is de wettelijke omschrijving summier vermeld, alsmede de functie. Hierbij staat de afkorting ‘F’ voor: facilitaire functie. Met ‘AO’ is bedoeld: antiontgaansfunctie. Voorts betekent ‘AM’: antimisbruikfunctie. De afkorting ‘V’ betekent: vereenzelvigingsfunctie. Met ‘O’ is ten slotte bedoeld: operationaliseringsfunctie.
Het schema bevat ook een gesimplificeerde weergave van de beoordeling van elk begrip aan de hand van de gehanteerde toetsingscriteria, namelijk de vergelijking met andere disciplines en rechtsgebieden, de beoordeling van de neutraliteit van de gekozen rechtsvorm of samenlevingsvorm, het gebruik van een open norm dan wel een gesloten norm en de mate van uniformiteit. Met de tekens ‘+’, ‘+/-’ en ‘-’ is een bevestigende respectievelijk twijfelachtige en ontkennende uitkomst van de toets bedoeld. Ten slotte is per begrip kort beschreven welke aanbevelingen ik doe.
Begrip
Wettelijke omschrijving
Functie
Vergelijking met andere disciplines en rechtsgebieden
Neutraliteit ten aanzien van de rechtsvorm en samenlevingsvorm
Open norm of scherpe norm
Uniformiteit
Aanbevelingen
‘Partner’ in de zin van art. 1.2 Wet IB 2001
Echtgenoot, geregistreerde partner, ongehuwde samenwoners
F en AO
+
+
+/-
-
Onderscheid tussen begrip ‘partner’ met een facilitaire functie en partnerbegrip in begrip ‘verbonden persoon’ met een antiontgaansfunctie Facilitair begrip ‘partner’:
– Echtgenoot, geregistreerde partner en de ‘ongehuwd samenlevende’, ofwel de ‘levensgezel’ met wie de belastingplichtige een ‘gezamenlijke huishouding’ voert;
– Eenmalige keuzemogelijkheid voor ongehuwde partners, die bovendien afhankelijk is van nadere voorwaarden
Partnerbegrip in begrip ‘verbonden persoon’ met antiontgaansfunctie:
– Echtgenoot, geregistreerde partner en iedere andere ‘levensgezel’;
– Weerlegbaar vermoeden van verbondenheid voor ongehuwde samenwoners
‘Kind’ in de zin van art. 1.4 Wet IB 2001
‘Eigen’ kinderen van de belastingplichtige, adoptiekinderen, erkende kinderen, en stiefkinderen; Kinderen van de partner met wie men ongehuwd samenwoont
F
+
+
+
+
Verduidelijking dat kinderen van de partner met wie de belastingplichtige ongehuwd samenwoont ook als ‘kind’ wordt aangemerkt
‘Kind’ in de zin van art. 1.4 Wet IB 2001
AO
+
+
-
Verduidelijking begrip ‘samenwerkingsverband’: wel personenvennootschappen maar niet aandelenvennootschappen
‘Verbonden personen’ in de zin van art. 3.6 lid 2 Wet IB 2001
Personen die behoren tot het huishouden van de belastingplichtige; Bloed- of aanverwanten In de rechte lijn van de belastingplichtige, en personen die behoren tot het huishouden van die bloedof aanverwanten
AO
+
+
+
-
Aansluiting bij begrip ‘verbonden persoon’ als bedoeld in art. 3.91 en 3.92 Wet IB 2001
‘Verbonden persoon’ in de zin van art. 3.30a lid 9 Wet IB 2001
‘Partner’ van de belastingplichtige, alsmede ongehuwde samenwoners die ervoor zouden kunnen kiezen om als ‘partner’ in de zin van art. 1.2 Wet IB 2001 te worden aangemerkt
AO
+
+
+/-
-
Onderscheid tussen begrippen ‘partner’ en ‘kind’ met een facilitaire functie en begrip ‘verbonden persoon’ met een antiontgaansfunctie
‘Verbonden lichaam’ in de zin van art. 3.30a lid 11 Wet IB 2001
Vennootschap waarin de belastingplichtige of een met de belastingplichtige verbonden persoon een ‘aanmerkelijk belang’ heeft
AO
-
+
+/-
-
Onderscheid tussen begrippen ‘verbonden lichaam’ met een antiontgaansfunctie en begrip ‘concern’ met een facilitaire functie:
– Materieel-economische benadering (feitelijke organisatorische en economische verbondenheid);
– Tweezijdig weerlegbaar vermoeden van verbondenheid bij het bezit van 50% van de stemrechten in een aandelenvennootschap;
– Stemrechten verbonden aan aandelen waarop alternatieve bezitsvormen rusten (certificaten van aandeel, pandrecht, vruchtgebruik, financiële nstrumenten) tellen mee bij beoordeling van het verbondenheidsvermoeden van de aandeelhouder;
– Deze alternatieve bezitsvormen tellen niet mee bij de houder ervan
Verbonden personen in de zin van art. 3.46 lid 1 Wet IB 2001
Personen die tot het huishouden van de belastingplichtige behoren; Bloed- en aanverwanten in de rechte lijn van de belastingplichtige, of personen die tot hun huishouden behoren; Gerechtigden tot een nalatenschap; Personen die een ‘belang’ van ten minste 33⅓% hebben in een lichaam
AM
+
+
+
-
Aansluiting bij de begrippen ‘verbonden persoon’ en verbonden lichaam als bedoeld in art. 3.91 en 3.92 Wet IB 2001
Verbonden persoon’ in de zin van art. 3.91 en 3.92 Wet IB 2001
‘Partner’ van de belastingplichtige; Partner in alternatieve samenwoonsituaties; Minderjarige kinderen; Indien de belastingplichtige minderjarig is: ouders en hun partners; Indien ongebruikelijke Terbeschikkingste llingen: andere loeden aanverwanten in de rechte lijn
AO
+
+/-
+
-
Uniform begrip ‘verbonden persoon’:
– Echtgenoot, geregistreerde partner en iedere andere ‘levensgezel’;
– Weerlegbaar vermoeden van verbondenheid voor ongehuwde samenwoners;
– Minderjarig ‘kind’ van de belastingplichtige of van zijn ‘levensgezel’;
– Indien de belastingplichtige minderjarig is: bloed- of aanverwant in de opgaande lijn, en diens echtgenoot, geregistreerde partner of ‘levensgezel’;
– De duurzaam gescheiden levende echtgenoot en de ex-schoonfamilie worden niet tot de kring van verbonden personen gerekend Aansluiting bij begrip ‘verbonden natuurlijke persoon’ voor relatie met verbonden lichaam
Verbonden lichaam in de zin van art. 3.91 en 3.92 Wet IB 2001
Vennootschap waarin de belastingplichtige of een met de belastingplichtige verbonden persoon, een ‘aanmerkelijk belang’ heeft
AO
-
+
+/-
-
Aansluiting bij begrip ‘verbonden natuurlijke persoon’ als bedoeld in art. 10a lid 5 Wet VPB 1969 voor relatie met verbonden lichaam (hoofdstuk 7)
‘Verbonden persoon’ in de zin van art. 3.92b lid 5 (voorstel) Wet IB 2001
‘Partner’ van de belastingplichtige; Partner in alternatieve samenwoonsituaties; Bloed- en aanverwanten in de rechte lijn
AO
+
+
+/-
-
Aansluiting bij de begrippen ‘verbonden persoon’ en verbonden lichaam als bedoeld in art. 3.91 en 3.92 Wet IB 2001
Verbonden personen in de zin van art. 3.101, art. 6.3 en 6.4 Wet IB 2001
Voormalige echtgenoot en geregistreerde partner; Bloed- of aanverwanten In de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn; Personen die behoren tot het huishouden van de belastingplichtige
O
+
-
+
-
Aansluiting bij begrip ‘partner’ in de zin van art. 1.2 Wet IB 2001; Afwijking van art. 1:3 lid 3 BW zodat de duurzaam gescheiden levende echtgenoot en diens kinderen niet tot de kring van verbonden personen worden
gerekend
‘Aanmerkelijk Belang in de zin van hoofdstuk 4 Wet IB 2001
Bezit van 5% van het geplaatste kapitaal in een aandelenvennootschap
O
-
+/-
-
-
Aansluiting bij bezit van 33⅓%- ‘belang’ (hoofdstuk 7):
– Materieel-economische benadering (feitelijke organisatorische en economische verbondenheid);
– Vermoeden van verbondenheid bij het bezit van 33⅓% van de stemrechten in een aandelenvennootschap;
– Belangen gehouden door de echtgenoot, de geregistreerde partner en iedere andere ‘levensgezel’, kinderen en kinderen van de levensgezel worden meegeteld;
– Mogelijkheid van zekerheid vooraf
Familieleden in de zin van art. 6.16 Wet IB 2001
Kinderen, pleegkinderen, ouders, broers en zusters
F
+
+
+
+