Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/9.1.2:9.1.2 Terminologie
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/9.1.2
9.1.2 Terminologie
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS591105:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
425. Het gaat in dit hoofdstuk steeds om drie partijen: de retentor, de schuldenaar (de wederpartij van de retentor) en de derde (de eigenaar van de teruggehouden zaak). Met name het gebruik van het begrip ‘schuldenaar’ zou in dit verband tot verwarring kunnen leiden, omdat de Faillissementswet met ‘schuldenaar’ doelt op de (latere) gefailleerde. Aangezien dit hele hoofdstuk niet gaat over het faillissement van de schuldenaar van de retentor, maar dat van de derde wiens zaak de retentor onder zich heeft, gebruik ik het woord schuldenaar in dit hoofdstuk vanuit het perspectief van de retentor; de ‘schuldenaar’ is zijn wederpartij en hij heeft voor de vordering op de schuldenaar een verhaalsrecht jegens de derde-eigenaar. Daarmee wijk ik in dit hoofdstuk dus af van het begrip ‘schuldenaar’ zoals de Faillissementswet dat gebruikt. De gefailleerde derde is in ieder geval ook iemands schuldenaar, want anders zou hij niet in de toestand verkeren dat hij heeft opgehouden te betalen (art. 1 lid 1 Fw). Maar het is van belang om op te merken dat hij niet per se ook de schuldenaar is van de wederpartij van de retentor (oftewel: van de ‘schuldenaar’ zoals ik hem in dit hoofdstuk aanduid). In de casus met het eigendomsvoorbehoud die ik hierboven gaf, heeft de koper zelf geen vordering op de gefailleerde leverancier. Hoewel de wet dus de derde-eigenaar ook wel aanduidt als schuldenaar (en hij ook zeker schuldenaar van iemand zal zijn), is hij niet noodzakelijkerwijs schuldenaar van de schuldenaar van de retentor. De gefailleerde duid ik daarom als zodanig aan, of als derde(-eigenaar of -gerechtigde).
De retentor duid ik in dit hoofdstuk ook wel aan met de term ‘verhaalsgerechtigde’, wanneer ik meer in zijn algemeenheid iets zeg over de behandeling van iemand met een verhaalsrecht jegens (maar geen vordering op) de gefailleerde.