V-N Vandaag 2025/1021
Geen SW-partnervrijstelling door inwonend mantelzorg verlenend kind
Hof Den Haag 21-01-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:956
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
21 januari 2025
- Zaaknummer
BK-23/728
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Maatschappelijke ondersteuning / Mantelzorg
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
Schenk- en erfbelasting (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2025:956, Uitspraak, Hof Den Haag, 21‑01‑2025
- Wetingang
Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (BWBV0001001, 1)Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (BWBV0001000, 14)Burgerlijk Wetboek Boek 4 (BWBR0002761, 63)Burgerlijk Wetboek Boek 4 (BWBR0002761, 1167)Burgerlijk Wetboek Boek 4 (BWBR0002761, 960)Successiewet 1956 (BWBR0002226, 1a)Successiewet 1956 (BWBR0002226, 32)
Essentie
Hof Den Haag oordeelt dat de wetgever de ruime beoordelingsmarge niet heeft overschreden door na het vervallen van de Wmo per 1 januari 2015 geen alternatief voor mantelzorgers in de Successiewet op te nemen.
Samenvatting
De vader van X is in 1995 overleden. Bij testament had hij zijn echtgenote, de moeder van X, tot zijn enig erfgenaam benoemd (ouderlijke boedelverdeling). Tot de nalatenschap behoorde de echtelijke woning. X en zijn broer hebben destijds wel een beroep gedaan op hun legitieme portie, maar de nalatenschap is nooit verdeeld. De moeder overlijdt in 2019. In geschil is de aanslag erfbelasting. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.