V-N 2025/36.11
A-G HvJ EU Ćapeta wil bij niet stellen prejudiciële vraag verkorte motivering toestaan
HvJ EU 26-06-2025, ECLI:EU:C:2025:486, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws (Remling)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
26 juni 2025
- Zaaknummer
C-767/23
- Conclusie
A-G Ćapeta
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Roepnaam
Remling
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD22525:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht / Algemeen
EU-recht / Rechtsbescherming
Europees belastingrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2026:243, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 24‑03‑2026
ECLI:EU:C:2025:486, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 26‑06‑2025
- Wetingang
Essentie
A-G Ćapeta van het HvJ EU is van mening dat sprake moet zijn van enige, op zijn minst impliciete motivering. Dit sluit echter niet automatisch een verkorte motivering uit, zolang die motivering maar toereikend is voor partijen om te begrijpen waarom geen prejudiciële vraag wordt gesteld.
Samenvatting
Verzoeker A.M. is een Marokkaanse staatsburger. Zijn echtgenote en hun twee minderjarige kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit. Op grond van art. 20 VWEU stelt A.M. in aanmerking te komen voor een afgeleid verblijfsrecht in Nederland. In geschil is of zijn verzoek terecht door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.