De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/6.2.3.2:6.2.3.2 De strekking van de biedplicht
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/6.2.3.2
6.2.3.2 De strekking van de biedplicht
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS367576:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De strekking van de biedplicht, de bescherming van minderheidsaandeelhouders, wijst in beginsel niet in de richting van het doelcriterium. Niet valt in te zien waarom minderheidsaandeelouders reeds bescherming behoeven op het moment dat samenwerkende partijen enkel beogen de controle uit te oefenen. Mogelijk is het doelcriterium opgenomen vanuit de gedachte dat minderheidsaandeelhouders eerder (dan onder het resultaatcriterium) en dus meer beschermd worden (vgl. § 6.2.3.5).
Tegen het potentiële resultaatcriterium zijn vergelijkbare bedenkingen aan te voeren. Niet valt in te zien waarom minderheidsaandeelhouders reeds bij een mogelijke change of control beschermd moeten worden. Bovendien kan worden betoogd dat het potentiële resultaatcriterium niet wezenlijk verschilt van het doelcriterium. Immers, in het algemeen mag worden aangenomen dat aandeelhouders zich enkel reële doelen zullen stellen, dus iets wat kan worden worden bereikt. Wanneer bijvoorbeeld aandeelhouders A, B en C met elk 10% gezamenlijk de controle beogen, maar die controle reeds in andere handen is, dan ontstaat onder het thans gehanteerde doelcriterium desalniettemin een biedplicht (zie eerder). Onder het potentiële resultaatcriterium zou dit soort gevallen niet tot een biedplicht kunnen leiden. Anderzijds kan men zich afvragen of aandeelhouders überhaupt een gooi naar de controle willen doen als er geen kans op succes bestaat. Deze tegenwerping is op zichzelf valide, maar de realiteit is volgens mij anders. In veel gevallen staat niet op voorhand vast dat het doel bereikt zal worden. Dat doet zich onder meer voor als een andere groep aandeelhouders of het zittende bestuur zich succesvol verzet tegen de plannen. Afhankelijk van de omstandigheden kan het potentiële resultaatcriterium wel degelijk tot een andere uitkomst dan het doelcriterium leiden.
Het werkelijke resultaatcriterium ligt gelet op de strekking van de biedplicht meer voor de hand. Pas op het moment dat daadwerkelijk de controle wordt verkregen (waarover uitgebreid hoofdstuk 7), ontstaat het gevaar dat minderheidsaandeelhouders benadeeld worden en/of de eventueel betaalde controlepremie onevenredig verdeeld wordt. Echter, kijkt men behalve deze meer principiële overwegingen ook naar de praktische toepassing van het doel- of resultaatcriterium en het aspect van de misbruikgevoeligheid, dan is het doelcriterium uiteindelijk geschikter om de belangen van minderheidsaandeelhouders te beschermen en dus meer in lijn met de strekking van de biedplicht (zie hierna).