NJB 2026/814
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Hoge Raad: 1. Bereidheid om zich te doen horen. De door de rechtbank in aanmerking genomen omstandigheden zijn ontoereikend om te kunnen oordelen dat de bereidheid van betrokkene om zich te doen horen ontbrak. 2. Verblijf in het buitenland. De rechtbank diende nader onderzoek te doen naar de vraag of betrokkene in het buitenland verbleef.
HR 10-04-2026, ECLI:NL:HR:2026:583
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 april 2026
- Magistraten
Mrs. H.M. Wattendorff, F.R. Salomons, K. Teuben
- Zaaknummer
25/01836
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:583, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑04‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:119, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑01‑2026
- Wetingang
Essentie
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Hoge Raad: 1. Bereidheid om zich te doen horen. De door de rechtbank in aanmerking genomen omstandigheden zijn ontoereikend om te kunnen oordelen dat de bereidheid van betrokkene om zich te doen horen ontbrak. 2. Verblijf in het buitenland. De rechtbank diende nader onderzoek te doen naar de vraag of betrokkene in het buitenland verbleef.
Partij(en)
Betrokkene, adv. mr. J.A.J. Leeman, vs. de officier van justitie, niet verschenen.
Uitspraak
Procesverloop
In dit geding heeft de rechtbank een zorgmachtiging verleend. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden buiten de aanwezigheid van betrokkene.
Hoge Raad
De ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.