FED 2025/4
Een in Nederland wonende belastingplichtige wier 30%-regeling en de keuze voor partieel buitenlandse belastingplicht in een kalenderjaar eindigt, is aan het begin van dat kalenderjaar niet als een binnenlandse belastingplichtige te beschouwen.
HR 15-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1658, m.nt. prof. dr. M.J.G.A.M. Weerepas
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 november 2024
- Magistraten
Mrs. Feteris, Boerlage, Van der Voort-Maarschalk
- Zaaknummer
23/02383
- Noot
prof. dr. M.J.G.A.M. Weerepas
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS994416:1
- Vakgebied(en)
Loonbelasting / Kostenvergoeding
Inkomstenbelasting / Buitenlands belastingplichtige
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1658, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑11‑2024
- Wetingang
Art. 2.6, 5.2 Wet IB 2001 (tekst 2016); art. 11 Uitvoeringsbesluit IB 2001 (tekst 2016); art. 31a lid 2 onderdeel e Wet LB 1964 (tekst 2016)
Essentie
Een in Nederland wonende belastingplichtige wier 30%-regeling en de keuze voor partieel buitenlandse belastingplicht in een kalenderjaar eindigt, is aan het begin van dat kalenderjaar niet als een binnenlandse belastingplichtige te beschouwen.
Samenvatting
Een in Nederland wonende belanghebbende maakt in 2016 tot en met 31 maart 2016 gebruik van de 30%-regeling en van de keuzeregeling om voor box 2 en 3 als buitenlands belastingplichtige te worden behandeld. Haar bank- en spaartegoeden worden niet in aanmerking genomen voor box 3. Volgens Hof Amsterdam dient een dergelijke belastingplichtige voor de toepassing van art. 5.2 lid 3 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.