Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/2.4.4.1
2.4.4.1 De toepassing van de rule against remoteness of vesting’ bij de creatie van de ‘private express’ trust
1
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717528:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor een uiteenzetting van de oorsprong van deze regel zie: S. Bridge, E. Cooke & M. Dixon, Megarry & Wade: The Law of Real Property, London: Sweet & Maxwell 2019, nrs. 8-015 t/m 8-017.
Section 1 van de Perpetuities and Accumulations Act 2009; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 112; S. Bridge, E. Cooke & M. Dixon, Megarry & Wade: The Law of Real Property, London: Sweet & Maxwell 2019, nrs. 8-001 t/m 8-007 en 8-108; G.W. Thomas & A. Hudson, The Law of Trust, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 190.
Deze trusts zijn – voor wat betreft hun goederenrechtelijke structuur – vergelijkbaar met hetgeen wij in het Nederlands recht kennen als een tweetrapsschenking of een tweetrapsmaking.
L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 6-060; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 112; Halsbury’s Laws of England Editorial Team, Halsbury’s Laws of England. Perpetuities and Accumulations (volume 80), London: LexisNexis 2020, nrs. 42 en 59; P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 254-258; G.W. Thomas & A. Hudson, The Law of Trust, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 190-191.
G.W. Thomas & A. Hudson, The Law of Trust, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 191.
Section 5 (1) van de Perpetuities and Accumulations Act 2009. Thans kent het Anglo-Amerikaanse goederenrecht met betrekking tot de ‘rule against remoteness of vesting’ drie ‘perpetuity regimes waarmee rekening moet worden gehouden bij de toepassing van deze, afhankelijk van de datum van inwerkingtreding van het trustdocument. Het gaat in casu om het old common law rule regime, het regime van de Perpetuities en Accumulations Act 1964 en het huidige regime van Perpetuities en Accumulations Act 2009. Zie hiervoor: section 12 van de Perpetuities and Accumulations Act 2009. Zie voor een uitgebreide bespreking van deze regel: J.G. Ross Martyn e.a., Theobald on Wills, London: Sweet & Maxwell 2021, nrs. 35-005 t/m 35-072; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nrs. 6-038 t/m 6-6-042 en nr. 6-055; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 112-113; S. Bridge, E. Cooke & M. Dixon, Megarry & Wade: The Law of Real Property, London: Sweet & Maxwell 2019, nr. 8-018 e.v.; J.E. Penner, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2022, p. 75-77; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nr. 99; P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 113-114; J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2021, p. 326-328; P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 252 e.v.; R.F.D. Barlow e.a., Williams on Wills, London: LexisNexis 2021, p. 923-950; G.W. Thomas & A. Hudson, The Law of Trust, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 191-214.
Krachtens de ‘rule against remoteness of vesting’, ook wel aangeduid als de ‘rule against perpetuities’, moet bij voorbaat duidelijk zijn of ieder toekomstig belang binnen de wettelijke termijn – de ‘perpetuity period’ – onvoorwaardelijk zou kunnen worden verworven.2 In het Anglo-Amerikaanse trustrecht wordt deze regel hoofdzakelijk toegepast op voorwaardelijke rechten die bij de instelling van de ‘private express’ trust worden gecreëerd, en in het bijzonder op trusts ‘over de hand’3 en op trusts met rechten onder tijdsbepaling. Hierbij komt het erop neer dat de voorwaarde krachtens welke een beneficiary met een recht onder opschortende tijdsbepaling c.q. voorwaarde een onvoorwaardelijk recht kan verkrijgen, in vervulling gaat voordat de ‘perpetuity period’ is verstreken.4 Met andere woorden: bij voorbaat moet vaststaan dat de aan de gecreëerde rechten verbonden voorwaarden, binnen de ‘perpetuity period’ vervuld kunnen worden, zodat alle gerechtigden onder opschortende tijdsbepaling c.q. onder opschortende voorwaarde binnen de ‘perpetuity period’ een volwaardig (lees: onvoorwaardelijk) recht zouden kunnen verwerven. Zou dit niet binnen de ‘perpetuity period’ kunnen geschieden en zouden de voornoemde gerechtigden derhalve binnen deze periode geen volwaardig recht kunnen verkrijgen, dan is de betreffende trust nietig.5 Thans bedraagt de ‘perpetuity period’ in het Anglo-Amerikaanse recht maximaal 125 jaar nadat het trustdocument in werking is getreden.6
In het onderstaande kan de ‘rule against remoteness of vesting’ als volgt worden geïllustreerd: