Einde inhoudsopgave
De goede procesorde (BPP nr. IV) 2006/4.3.8.1
4.3.8.1 Inleiding
Mr. V.C.A. Lindijer, datum 08-11-2006
- Datum
08-11-2006
- Auteur
Mr. V.C.A. Lindijer
- JCDI
JCDI:ADS375005:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie HR 20 december 2002 (Matos/Nederlandse Antillen), NJ 2003, 230.
Zie o.m. HR 21 mei 1954, NJ 1955, 404 en HR 19 december 1980, NJ 1982, 65.
HR 14 maart 2003 (Hovuma/Spreeuwenberg), NJ 2003, 327.
HR 22 oktober 1999 (Kakkenberg/Kakkenberg), NJ 1999, 799; HR 1 mei 1987 (Tesfamariam/De Staat), NJ 1988, 55 (AHJS); HR 19 december 1980, NJ 1982, 65 (EAAL) en HR 28 maart 1980 (Van Geelen-Challa/Schols), NJ 1980, 489 (PAS). Vgl. HR 27 april 1990 (Gielen/Gem. Grathem), NJ 1990, 528, waarin de Hoge Raad een beroep van de gemeente op een nieuw feit na verwijzing toelaatbaar achtte, nu de gemeente met dit beroep bleef binnen de grenzen van de vóór verwijzing door haar, in het kader van de betwisting van de stellingen van Gielen, reeds ontwikkelde gedachtegang. Zie voorts Winters 1992, p. 158 e.v., i.h.b. p. 172-176.
203. Vernietigt de Hoge Raad het bestreden arrest, vonnis of de bestreden beschikking en dient vervolgens nog een beslissing te worden genomen over feiten waarover de lagere rechters nog geen uitspraak hebben gedaan, dan schrijft art. 421 Rv voor dat de Hoge Raad het geding verwijst, tenzij het een punt van ondergeschikte aard betreft, waarover de Hoge Raad op grond van de stukken van het geding een beslissing kan geven. Voor het geval na de vernietiging een beslissing moet worden gegeven over rechtspunten, waarover nog geen uitspraak is gedaan, bepaalt art. 422 Rv dat de Hoge Raad 'naar bevind van omstandigheden' daarover een beslissing zal geven, dan wel daartoe het geding zal verwijzen naar een lagere rechter.1 In beginsel zal de rechter naar wie het geding is verwezen de zaak moeten behandelen in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de vernietigde uitspraak. Beslissingen die in cassatie niet of zonder succes zijn bestreden, zijn na verwijzing onaantastbaar2 en voor nieuwe feitelijke beweringen of bewijsaanbiedingen is na verwijzing geen plaats.3 Dat laatste lijdt echter uitzondering, zo wordt in de jurisprudentie aanvaard, indien de uitspraak van de Hoge Raad een kwestie aan de orde stelt waarover partijen zich nog niet eerder hebben kunnen uitlaten4 of indien zich na de uitspraak van de Hoge Raad nieuwe feiten hebben voorgedaan of het recht is gewijzigd en dit binnen de grenzen van de rechtsstrijd, zoals getrokken door de uitspraak in cassatie, relevant is.5