Geschriften vanwege de Vereniging Corporate Litigation 2022-2023
Einde inhoudsopgave
Vereniging Corporate Litigation 2022-2023 (VDHI nr. 181) 2023/II.6:II.6 Het Shell-vonnis bezien vanuit internationaalrechtelijk perspectief: UN-soft law als potentiële bron voor afdwingbare rechtsplichten voor bedrijven?
Vereniging Corporate Litigation 2022-2023 (VDHI nr. 181) 2023/II.6
II.6 Het Shell-vonnis bezien vanuit internationaalrechtelijk perspectief: UN-soft law als potentiële bron voor afdwingbare rechtsplichten voor bedrijven?
Documentgegevens:
mr. B.M.H. Fleuren, datum 01-05-2023
- Datum
01-05-2023
- Auteur
mr. B.M.H. Fleuren1
- JCDI
JCDI:ADS707914:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De auteur is advocaat en werkzaam bij Linklaters LLP. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel en is een bewerking van een rede uitgesproken tijdens het jubileum van de Dispute Resolution afdeling van Linklaters Netherlands. De auteur dankt Esmee Luijken (Radboud Universiteit Nijmegen) en Lies Lagerweij (Erasmus Universiteit Rotterdam) voor hun waardevolle bijdragen aan dit artikel.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
II.6.1 InleidingII.6.2 Internationaalrechtelijke vragen naar aanleiding van het Shell-vonnisII.6.3 Bevatten de UNGP juridisch afdwingbare verplichtingen voor bedrijven?II.6.4 Vereisten voor de vorming van internationaal gewoonterechtII.6.5 De UNGP en de door de Rechtbank Den Haag in het Shell-vonnis aangenomen verplichting kwalificeren vooralsnog niet als internationaal gewoonterecht.II.6.6 Conclusie